bekijk wat foto's    

download dit reisverslag 

 

 

                                               HET VERTREK

Door allerlei oorzaken had ik in 1998 acht weken vakantie.                                                                                                 
Wat nu gedaan met deze overvloed aan tijd?  In eerste instantie wist ik mij geen raad,                                                       
maar na enig rekenwerk wist ik het. De Noordkaap, daar wilde ik wel naar toe fietsen.                                                        
Dat moest te doen zijn in zes weken en dan daarna de laatste twee weken met m'n                                                              
vrouw Annemarie naar haar favoriete vakantieadres op de Veluwe.                                                                                      
Nadat ik dit plan op tafel had gelegd was het even stil. Dan is het beste wat je doen
kan, even helemaal niets zeggen. Totdat de vragen komen. "Hoe ver is dat?" "Hoe lang
blijf je weg?" "Waar ga je slapen?"  "Hoe doe je dat met eten?" "Zou je dat wel doen?"
"Hoe koud is het daar?" Tenslotte hoor je "Waar je zin in hebt" en dan weet je dat het
wel goed zit.
Voorts stelde ik alles in het werk om een medefietser te vinden. Maar wie heeft er
zoveel weken verlof om zo'n tocht te maken?
Alles was tevergeefs. Zelfs de meest fanatieke fietsers van de fietsclub bleken geen
tijd of trek te hebben in deze onderneming.
Ook internet bood geen soelaas. Bij een kennis had ik een advertentie op internet ge-
zet om een medefietser te zoeken.  

Daarna laat je zo af en toe is een folder of brief op tafel liggen over de tocht, waarna
iedereen mee gaat denken en aan komt met allerlei spulletjes die je zo al nodig hebt.
Als het thuisfront achter je staat, is dat een fijn gevoel. Een tijd van plannen maken
en verzamelen van alle benodigdheden volgde.
Van Annemarie, mijn vrouw, kreeg ik een mooie waterdichte stuurtas van Ortlieb.
De fiets werd nog een keer nagekeken door Bart Pieters uit Poortugaal en voorzien van
een nieuwe vooras. Hier werden ook wat reserve onderdelen verzameld zoals spaken,
tandwielen, een ketting,  remkabels,  derailleur kabels en wat klein gereedschap.

Een eis van Annemarie was dat ik een GSM telefoon zou meenemen, dus uit alle aanbie-
dingen werd er een gekozen, een Nokia met accu. De nieuwe keuken die al veel langer in
de pen zat werd ook besteld en zou op tijd geplaatst worden. Eerst moest de ruimte
van de keuken echter bouwrijp gemaakt worden en na enige weken koortsachtig werken
was alles drie dagen voor vertrek klaar.
Snel werd alles bij elkaar gezocht en tussendoor werden nog drie avonddiensten gelo-
pen.

Dinsdag 19 mei 1998, 

Op 19 mei was het eindelijk zover. De tassen werden naar beneden gehaald en de laat-
ste spullen werden ingepakt. M'n tassen puilden uit en ik vroeg mij al snel af of er niet
teveel was ingepakt.  De fiets werd aangekleed en de teller op "0" gezet. Als dieplood
voelde hij aan.
Enige sportvrienden kwamen nog snel even langs om getuige te zijn van m'n vertrek.
Allen met een goed advies.

Van Gerrit kreeg ik een zeer klein energie reepje voor een moeilijk moment als ik zon-
der eten zou komen te zitten. Vele malen had ik geprobeerd hem te bewegen met mij
mee te gaan, maar hij wist zich niet te ontworstelen aan zijn werkzaamheden als le-
raar, ondanks de adviezen die ik hem gaf. Ron maakte foto's van de zwaar beladen
fiets (Hij denkt zelf ook aan zo'n reis, alleen z'n vrouw weet het nog niet) en Dirk wil-
de zich ervan gewisse dat ik echt vertrok. 

Het plan was om in Zweden en Noorwegen veel in het wild te kamperen.  Dat kost wei-
nig tijd omdat je dan kunt stoppen wanneer dat het beste uitkomt. Het nadeel hiervan
is dat je niet beschikt over elektriciteit om de accu van het GSM telefoontje op te
laden.
Dit was de reden dat ik mijn toestel tijdelijk omruilde met een andere waar batterijen
in kunnen. Een collega, Patrick, wilde de Nokia van mij wel een aantal weken gebruiken
en ik ging met zijn toestel op reis.  Na enig testen en proberen bleek het goed te func-
tioneren.
Even na negen uur vertrok ik, na afscheid genomen te hebben van Annemarie, mijn kin-
deren Sylvia - Jeroen en vrienden.
De fiets voelde zwaar aan en weer vroeg ik mij af, wat er eventueel van de bagage af
kon om tot gewichtsvermindering te komen. Ik wist het nog niet. 

Bij de Heinenoordtunnel stond Ben, (een collega) te wachten, hij zou een stukje met
mij mee fietsen. Via Barendrecht ging het naar Alblasserdam waar we even een kop
koffie dronken.
Daarna ging de route door de Alblasserwaard naar Ameide. Hier ging Ben terug en zet-
te het voetveer mij over naar de Lekdijk ter hoogte van Lopik.  Via Jutphaas, Bunnik
en Zeist fietste ik naar Voorthuizen.  
Toen ik in de loop van de middag door Bunnik fietste bekroop mij het akelige gevoel
iets vergeten te zijn.
Na enig nadenken viel het kwartje.
Annemarie, zij moest zes weken de zaakjes thuis alleen opknappen.
Bij een bloemenzaak, bestelde ik een mooie bos rozen en liet ze bezorgen.  Het plan
was om in Voorthuizen op de camping te overnachten en de bagage eens goed na te kij-
ken en om te pakken. Op deze camping heeft mijn zwager een caravan staan, waar ik
eventueel wat spullen kon achterlaten.
Kort voor de aankomst op de camping belde Annemarie mij voor de eerste keer via het
GSM-tje op.  Zij had de rozen al ontvangen.
Ik vertelde haar mijn plan en beloofde haar later op de dag nog even terug te bellen.
Dat zou echter anders uitpakken.
Snel kocht ik nog een gebraden kip en reed naar"de Zandarij", de eerder genoemde
camping.  Hier liet ik mij de kip goed smaken.
Nadat de tent was opgezet werden de tassen omgekeerd en opnieuw ingepakt, waarbij
werd overwogen of dat wat ik inpakte echt wel of niet nodig was voor de reis. 
Uiteindelijk bleef er een fles Coleman brandstof en een rol plakband liggen en bracht
die naar de caravan van m'n zwager.
Wel niet zoveel maar alle beetjes helpen en een literfles neemt natuurlijk nogal wat
ruimte in.Ook maakte ik twee grondzeiltjes op maat.

‚n ervan kon halverwege de reis weggooien in de vuilnisbak.
In de loop van de avond belde ik Patrick, maar na enige seconden werd de verbinding
verbroken.  Na een half  uur proberen bleek het GSM toestelletje defect of in ieder
geval niet goed te functioneren.
De telefooncel bij de ingang van de camping gaf uitkomst en tot 23.00 uur probeerden
wij een oplossing te vinden voor het falen van het apparaatje. Van alles geprobeerd,
maar het bleef onbetrouwbaar en dus niet geschikt om mee te nemen naar Scandinavië
Toen ik in m'n slaapzak kroop stond er 147 kilometer op m'n teller.
Dit was de eerste dag met tegenwind, er zouden er nog vele volgen.                              
                                                                 

Woensdag 20 mei 1998                                             
 

Voor zeven uur zat ik al weer op de fiets maar dacht de hele ochtend na over een
oplossing van het probleem. Ik zat er behoorlijk mee in mijn maag.
In Wezep en fietste ik langs een postkantoor. Het idee was geboren en stuurde Patrick

 z'n toestelletje in een mooi doosje naar ons kantoor in de Europoort, want z'n
woonadres stond niet in mijn agenda.  Daarna probeerde ik de gehele dag hem te be-
reiken, maar hij was niet thuis. In iedere telefooncel die ik tegenkwam probeerde ik
het,
zonder succes. Aan het eind van de middag was het raak.
Toen nam hij op en sprak met hem af mijn Nokia voor sluitingstijd van het postkantoor
naar Nieuweschans te sturen.
Later heb ik hem nog opgebeld en wist daarna zeker dat het verstuurd was. Morgen
was het immers Hemelvaartsdag. 
Ik had Patrick goed uitgelegd hoe hij het moest doen en was ervan overtuigd dat het
niet mis kon gaan, zodat ik vrijdagochtend het pakje kon afhalen op het postkantoor-
tje  van  Nieuweschans.
Uiteindelijk zocht ik in Beilen een s.v.r. camping op, bij een boer. 

Nog nooit had ik zoveel telefooncellen van binnen gezien als die dag. De route van
vandaag liep niet echt lekker en er stond natuurlijk een behoorlijke tegenwind. Dat is
goed voor het karakter, daar word je sterk van, schijnt het.

s'Avonds ben ik nog even het dorp in geweest om een biertje te drinken. In het dorps-
caf‚ had ik een gesprek aan de bar met Laurens, die een heel ingewikkeld verhaal ver-
telde over een Amerikaan met een Duitse vriendin die misbruik hadden gemaakt van
zijn gastvrijheid en hem hadden  bestolen terwijl hij lag te slapen.

Zij hadden met een smoes bezit genomen van zijn huis en hem ingepalmd met lekkere
maaltijden. Dat had hij in jaren niet meegemaakt. Iedere dag een schoon overhemd en
als hij thuis kwam een warme maaltijd met koffie na.
Altijd een opgeruimd huis, geen afwas en de boodschappen waren ook al gedaan.
Hij kon zijn geluk niet op. Op een gezellige avond, nadat hij was ingeslapen, waren zij
vertrokken met alles wat waarde had.
Zelfs adressen hadden zij uit zijn boekje gescheurd. Hij was zeer teleurgesteld in de
mensheid en stortte zijn hart leeg bij mij en zijn buik vol met bier.
Na een klaagzang van een half uur stelde ik hem gerust en wenste hem een goede
nacht.
Als ik naar bed ga staat er 159 km. op m'n  tellertje.

Donderdag 21 mei 1998 Hemelvaartsdag. 

Het was nog vroeg toen de reis hervat werd. De route was prima. Mooie fietspaden
door bossen. Later echter, in zuid- oost Groningen, werden de wegen slechter en was
de gang er al snel uit. Toch was om twee uur, na 85 kilometer Nieuweschans in zicht.
Alles was  stil en dicht die dag i.v.m. Hemelvaart.
Kort na het opzetten van m'n tentje vielen er een paar fikse buien. 
In de tent zette ik koffie en toen het weer droog was sleutelde ik wat aan de fiets en
tassen. Dit om de ophanging te verbeteren. Alle rammeltjes werden verholpen door op
bepaalde punten de Blackburn dragers te verdikken met  textiel tape.
Het bleek de hele reis  niet meer nodig om er naar te kijken.
Als avondmaal stond er pasta op het menu, wat zeer goed smaakte. Na de koffie ging
ik nog even in het dorp kijken. Nieuweschans kan een gezellig dorp zijn zo bleek.

 
Vrijdag  22 mei 1998 
 

Om 08.30  uur stond de fiets bepakt en bezakt tegen de muur van de plaatselijke su-
permarkt. Wachtend op de opening van het postkantoortje. Even dat pakje ophalen en
dan snel m'n reis vervolgen was het plan. Het weer liet zich van z'n slechte kant zien,
het was grijs en het beloofde niet veel goeds.  
De kaart van Duitsland zat al op de stuurtas. Helaas, het postkantoor ging pas om
10.00 uur open.  Mijn geduld werd danig op de proef gesteld.
Zoals verwacht ging het regenen en was het niet echt warm. Toen het kantoor
uiteindelijk open ging, bleek dat het pakje er niet was.
 

"Is het er echt niet?",vroeg ik. 
"Nee niets, meneer". 
"Ook niet in de kluis?". 
"Nee, niets, meneer". 
 

Wat nu gedaan? Het regende nog steeds. Ik besloot om terug te gaan naar de camping,
de tent weer op te zetten en te wachten tot het pakje aan zou komen.
Op de camping kwam ik in contact met een andere campingbewoner, Rinus.  Hij hoorde
mijn verhaal en nodigde mij uit voor een bakje koffie bij zijn caravan.
Rinus en zijn vrouw Lenie bleken uit Rozenburg te komen en gezellige praters te zijn.
Hieruit blijkt maar weer hoe klein de wereld is.

Onder het genot van een kopje koffie vertelde ik mijn bevindingen van de afgelopen
dagen en mijn plannen voor de verdere reis. 
Zij dachten met mij mee en het werd een gezellige middag, ondanks de vervelende si-
tuatie. 's Middags heb ik de chipkaart opgeladen en ben aan het bellen gegaan in de
plaatselijke telefooncel. Eerst naar huis, daarna naar PTT klantenservice en tenslotte
het postkantoor van Naaldwijk, waar Patrick het pakje op de post had gedaan. 

"Met PTT klantenservice, wat kan ik voor u doen?" 
"Ik hoop heel veel, want ik zoek een pakje dat niet is aangekomen". 
"Weet u het nummer van dat pakje?" 
"Ja,  3s psza 5965162" 
"Momentje alstublieft". 
"Dat nummer komt niet voor in ons bestand meneer, dus het is niet   gepost". 
"Dat kan niet, het is in Naaldwijk gepost op 20 mei". 
"Momentje alstublieft". 
"Nee meneer ik kan niets voor u doen, het is nergens gescand" 
"Bedankt" 
"Tot uw dienst meneer" 
 

Daarna belde ik het postkantoor in Naaldwijk. 
 

"Met PTT Post in Naaldwijk, goede middag" 
"Goede middag met Henk Dekker" en legde hem de gehele geschiedenis
 uit en vroeg hem: 
"Is dat pakje weg?" 
"Ja hoor, hier kan niets blijven liggen, alles is leeg" 
"Ik vraag dit, omdat het nergens is gescand" 
"Hier is het niet, meneer" 
"Maar wat doen jullie dan met dat nummer van zo"n pakje?" 
"Niets!" 
"Kunt u dat nader uitleggen?" 
"Wij doen alles in een zak en voeren het met een vrachtwagen af 
naar Dordrecht, waar het waarschijnlijk  gescand wordt, wij  kunnen hier niet
scannen". 
"Oke bedankt!" 
 

Hierna nog diverse gesprekken gehad met o.a. Patrick en PTT Post over nummers en
manieren om het pakje  te achterhalen. Allemaal negatief. Het begon op een klucht te
lijken.

Tijdens m'n gang naar de telefooncel ontmoette ik de postbode van Nieuweschans, de
heer Brouwer. Ook hem vroeg ik om raad.
Hij deed enorm zijn best om mij te helpen maar wist ook een twee drie geen manier.
Hij gaf mij het geheime telefoonnummer van het postkantoor in Winschoten waar de
post voor noord-oost Groningen verdeeld wordt. 

Tegelijk met hem afgesproken de volgende dag om 10.00 uur bij het postkantoor van
Nieuweschans te zijn. Hij beloofde speciaal voor mij goed te zoeken in Winschoten.
Dus wachten tot morgenochtend.

Het postkantoortje was inmiddels dicht, toen ik om 17.00 uur broodjes  met kaas
kocht. Terug op de camping zette ik de tent weer op, maar in de buurt van de caravan
van Rinus. Later die avond was ik nog te gast bij de buren en dronken  een glaasje bier.
We gingen pas om halfdrie uur naar bed.  Die tijd spreekt voor zich, het was bere
gezellig.
Wat niet gezellig was, was de temperatuur, het was 10 graden Celsius. 

 

Zaterdag 23 mei 1998 
 

In alle vroegte opgestaan en de tassen netjes ingepakt, er was immers genoeg tijd, de
winkel ging pas om 08.30 uur open. Een half uur voor die tijd kon ik mij niet bedwingen
en reed naar de winkel om naar binnen te kijken of er soms een pakje op de balie lag.
Er lag wel post maar ik zag geen pakje en een gevoel van teleurstelling maakte zich van
mij meester.
Het begon langzamerhand uit de hand te lopen. De winkelmeisjes waren de postbussen
aan het vullen. Nadat de winkel was geopend vroeg ik of er een pakje was aangekomen. 
"Nee geen pakje gezien vandaag, meneer" 
"Echt niet? , Kijk nog eens goed" 
"Nee echt niet, niets dat op een pakje lijkt, sorry" 
"Ok bedankt" 
 

Direct naar de telefooncel gereden en 422088 in Winschoten gebeld. 
"Met Brouwer" 
"Met Henk Dekker, weet u al wat?" 
"Ik ben op dit moment aan het zoeken en ben om 10.00 uur bij het
 postkantoor , wat was het nummer van dat  pakje ook al weer?" 
"3 s psza 5965162" 
(Dat weet heel Groningen onderhand en ik ken dit nummer haast 
 beter dan m'n pincode.) 
 

Wachten tot 10.00 uur, op Brouwer. Als het pakje er niet is hak ik de knoop door en ga
naar huis. Ik had Annemarie beloofd niet weg te gaan zonder GSM-telefoon.
Maandag bezorgt de post niet of slecht en wachten tot dinsdag duurde mij te lang.
10.00 uur was ik aanwezig, Brouwer ook en hij vroeg of het winkelpersoneel een pakje
had gevonden. 
 

"Nee hoor geen pakje vandaag" was het antwoord. 
"Kunt u in de kluis?" 
"Ja hoor, hier is de sleutel" 
 

Brouwer zocht, maar tevergeefs, niets!!. 
"Geef de telefoon eens", vroeg hij. 
Hij belde een aantal postkantoren in de omgeving met de vraag of

er een pakje was voor Nieuweschans poste restante, maar niets gevonden. 
 

"Niets wijst erop dat het pakje ooit is verzonden, ik kan je niet helpen" zei hij ernstig.
Bel nog eens naar Naaldwijk was zijn advies. 
Dat deed ik om 10.45 uur en kreeg iemand aan de lijn die een  goede opleiding had ge-
volgd bij de PTT Post, want hij wist heel veel van poststukken. Hij legde mij duidelijk
uit wat het traject van een pakje was. Hieruit was op te maken dat een ding wel heel
belangrijk is voor de juiste afhandeling en dat is de postcode.
Deze ontbrak op het pakje.
Bij het sorteren komt het dan op de verkeerde band en gaat zwerven. Als ook Hemel-
vaartsdag er dan nog tussen zit gaat het fout, pakje zoek. Wachten had geen zin, het
kon wel een week duren.

Ik ging naar huis, dat stond vast. Tent ingepakt en vroeg in de middag in de trein
gestapt. Rinus en Lenie gingen ook naar huis. Zij zijn net zo lang bij mij gebleven tot
het besluit genomen was.

Die avond aten Annemarie en ik bij de plaatselijke Chinees en dronken een biertje in
ons stamcaf‚ "het melkmeisje". Het zat mij niet lekker! 
Zondag 24 mei 1998 
 

Hans en Marian kwamen koffie drinken, gezellig! Hans is een  sportvriend. Samen met
hem waren er al heel wat reizen ondernomen, vaak op de fiets, maar ook met de rugzak
naar alle windstreken.
Niets was hem te gek. Zij wisten mij te overtuigen om, als het pakje binnen een week
boven water zou komen, toch nog te gaan.
De kans was groot dat ik later spijt zou krijgen als ik niet zou gaan. Annemarie was het
eens met de beslissing.
Er was nog niets uitgepakt en alles stond nog zoals bij thuiskomst. Als Hans niet langs
was gekomen, had ik de pijp aan Maarten gegeven. Ik  zag het niet meer zitten.  
       

Maandag 25 en dinsdag 26 mei 1998 
 

Nog diverse keren naar Nieuweschans en Winschoten en PTT  klantenservice gebeld
doch succes bleef uit. Wel had ik ondertussen een telefonische relatie opgebouwd met
Brouwer en Martha van het postkantoor.
 

             

                    
                              

                              








                               DE  HERSTART


Woensdag 27 mei 1998   
   

Om 10.00 uur kreeg ik bericht van PTT Post dat het pakje terecht was. Het was in
Winschoten gescand. Direct naar Winschoten gebeld en af gesproken dat Brouwer het
mee zou nemen naar Nieuweschans. 11.30 uur vertrok ik voor de tweede keer en stond
vijf uur later het telefoontje uit te pakken in het postkantoortje. Martha had een
kaartje op het pakje geplakt waarop ze mij een goede reis toe wenste. Toen ik tien
minuten later richting Duitsland reed zag ik haar toevallig wandelen met haar hond en
kinderwagen.
Ik bedankte haar voor alle moeite en beloofde dat ze nog wel van mij zou horen. Mijn
bloed kriebelde van ongeduld en met gezwinde spoed verliet ik Nieuweschans.
Reed Duitsland in en trapte alle opgekropte spanning er uit.
Het was fijn om  eindelijk aan de reis te kunnen beginnen en de  eerste 100 kilometer
liepen als vanzelf.
Voor mijn gevoel had ik wel 400km. kunnen fietsen, maar het gezond verstand
zegevierde, ondanks de mooie wegen en de landschappen die ik passeerde.
Hier voelde ik mij thuis en dacht aan eerdere fietstochten naar Kopenhagen en terug.
Het was de vierde keer dat ik deze weg reed. De tent zette ik op in Jade.
Ook daar waren we al eens eerder geweest. We fietsten toen van G”thenburg naar
huis door Denemarken en Noord Duitsland.
                                       

Donderdag 28 mei 1998                                             
       

Het was nog vroeg toen ik de camping afreed richting Kiel, waar de ferry naar G”then-
burg vertrekt. Alles was nat van de ochtendmist.

Kort na het vertrek zag ik een koe in de wei lopen met een kalf uit haar achterwerk.
Op de eerste boerderij die ik zag heb ik de boer gewaarschuwd. Hij was blij dat hij
attent gemaakt werd op het voorval en rende naar de wei om de koe behulpzaam te
zijn.
 De hele dag flink door getrapt. Twee maal een veer, eerst over de
Weser bij Dedesdorf daarna over de Elbe bij Glckstadt. Het weer was wisselend,
eerst was de zon nog te zien maar na Glckstadt betrok het en vielen er zelfs een paar
spatjes regenen.

Zoals gewoonlijk had ik wind tegen. De vraag van vandaag was haal ik Kiel wel of niet
voor 18.00 uur.
In Kiel wilde ik op de boot stappen naar G”thenburg in Zweden. Volgens de
berekeningen was dat 200km. vanaf Jade. De boot ging om 19.00 uur varen, maar als je
5 minuten te laat bent moet je 24 uur wachten.  Eigenlijk ging ik er van uit dat het net
te ver zou zijn, maar na 15.00 uur gaven de borden aan dat het te doen was en deed ik
er nog een schepje bovenop.

Eenmaal op de boot is er tijd genoeg om uit te rusten. Om 18.00 uur was ik bij de
Stena Line en na wat gezoek vond ik het loket en kocht een ticket naar G”thenburg
voor 198 DM.
Dat loket was in een flat van vier hoog op de bovenste vedieping. Daarna zo snel
mogelijk aan boord gegaan.   Net op tijd, want na een kwartier voer hij uit.
Ik beschikte over een tweepersoons hut met een douche en toilet, waar ik dankbaar
gebruik van maakte. Dat zijn van die kleine dingen waar je blij mee bent na een dag
fietsen.
Op de teller stond 206km. De schatting van eerder die dag bleek aardig te kloppen.

Voor de boot op zee was heb ik nog even naar huis gebeld. 
Ook Patrick nog aan de lijn gehad. Hij voelde zich nog steeds erg schuldig over de
afgelopen week en was blij te horen dat ik op de ferry stond.
Het zal wel een fikse rekening worden van PTT telecom. Later die avond een bezoek
gebracht aan de Taxfree shop en een fles "Famous Grouse" en een scheermesje
gekocht.
De avond verder doorgebracht met drie Duitse muzikanten, die gingen vissen in Oslo.
Zij spraken mij aan op m'n Brielle Blues shirt wat ik aan had. Na enige uitleg dronken
we bier en was het ineens erg laat. Het gesprek ging over de grootte van de vis. die te
vangen was op de diverse plaatsen. In Oslo moest die enorm zijn volgens hen. Mijn ge-
dachten gingen uit naar de enorme karpers die gevangen worden in de stadsvesten van
Brielle en even was ik V.V.V. medewerker van deze mooie plaats.
 


Vrijdag 29 mei 1998 
   

Even na negen uur reed ik van boord. Met veel moeite kwam ik uit de stad, richting
Vanenborg. Het was een nogal drukke weg en kon geen andere vinden. Na Vanenborg
werd de weg mooier. Een kronkelende weg met veel dorpjes en bos, alles pieko-bello in
orde, geen vuil en kort gras. De autoïs rijden hier heel netjes, nemen veel gas terug en
passeren heel ruim.
In Mellerud zette ik m'n tent op een mooie camping bij het Vannernmeer. 
De tent was nog nat van Jade maar hij droogde snel.
Onderweg kocht ik een fles Cola en moest hiervoor 23 sek. neertellen.
In de keuken van de camping gekookt, gegeten en daarna de route voor de volgende dag
bekeken.  
Als ik om 23.30 uur  van de whisky heb geproefd en naar bed ga is het nog licht en
staat er 157 km op de kilometerteller.  Kinderen zijn nog aan het voetballen.

Zaterdag 30 mei 1998 
 

In alle vroegte vertrokken, waarna ik direct verkeerd reed.
Na 5  kilometer kreeg ik dit in de gaten en kon terug. Dat was 10 kilometer om. Het lot
was mij echter goed gezind want in de berm vond ik een briefje van 100 kronen.
Eerst reed ik er voorbij en twijfelde aan wat ik zag. 
Was dit een grap? Niet dus.
Rond het middag uur kocht ik in een supermarkt brood worst en een blikje bier.
 

Op een informatiebord met een landkaart zag ik een weg waarvan ik dacht dat het een
mooie was. M'n besluit stond vast, die ging ik fietsen.

Na  vier kilometer echter hield het asfalt op en werd het een slechte weg met veel
putten en keien, bovendien ging het nogal stijl op en neer met korte hellingen. Dat was
niet leuk fietsen en kostte bovendien veel tijd.
Het resultaat was twee gebroken spaken. Eenmaal weer op de goede weg, heb ik gelijk
de spaken vervangen.  Ze zaten links achter, dus dat was niet zo bewerkelijk omdat de
tandwielen er dan niet afgehaald hoefden te worden.
Nabij Sunne was de eerste camping nog dicht en de tweede erg druk.
De derde was 25km. verder in Lysvik. Weer aan de rand van een groot meer.

Deze dag veel dode dieren gezien, drie dassen, een eekhoorn, een vlaamse gaai een
roofvogel en tientalle egels. Ook was de wind mij goed gezind, waardoor de gemiddelde
snelheid ondanks de vele hellingen toch iets opliep. 
Er moest wat gewicht uit de tassen en daarom trakteerde ik mij
die dag op nasi, die ik klaar maakte in de camping keuken.
 

Zoals iedere avond had ik ook deze avond contact met thuis en  vertelde hun over de
camping en de trip van die dag. De afgelegde afstand op deze dag was 202 kilometer.

Zondag 31 mei 1998 
     

Als ik opsta is de tent helemaal droog, ook van binnen. Dat is  bijzonder, want normaal
is de tent altijd nat, zeker aan de binnenkant door de condens vorming.

De route ging die dag over weg nummer 45 via Malung naar Mora door een golvend
landschap. Het hoogte verschil is ongeveer 450 meter.
Sommige hellingen zijn stijl en op den duur gaat dat wegen. In de loop van de middag
ging het een paar keer regenen. Tijdens een bui zakte de temperatuur van 30 graden
naar 12 graden.
Dit was de eerste dag met hoge temperaturen. Veel water gedronken, bij tankstations
kon ik mijn bidons vullen.

Na 80 kilometer zag ik voor het eerst een Nederlandse auto staan op een
parkeerplaats. Het was een nederlandse vrouw die ging vissen.
Na een praatje ben ik verder gefietst. Het werd stiller op de weg en ik zag ook steeds
minder huizen.
In Malung was een volksfeest aan de gang met optochten in klederdracht. Het was er
gezellig druk maar kon toch rustig doorrijden.

In Mora aangekomen was het mooie  weer voorbij en heb ik mijn intrek in de jeugdher-
berg genomen.
De jeugdherberg zelf was nog dicht maar een briefje op de deur verwees naar een
restaurant. Naast dit restaurant stond een pension, waar ik kamer kreeg voor 120 sek.
Een jong Duits stel kwam tegelijk met mij aan en kreeg de kamer naast die van mij.
Zij waren met de auto en hadden een kist vol etenswaar bij zich.
Zij gingen koken voor drie personen en nodigden mij uit.
We aten lekkere macaroni met frisse sla. Later die avond dronken we whisky

tot na middernacht. Op de teller stond 175 kilometer. 
Van andere gasten in de jeugdherberg zag ik dat de pastamaaltijden die in m'n tas
zaten, ook te koop waren in Zweden, reden dus om m'n tassen snel lichter te maken en
pasta te eten.  
 

 
Maandag 1 juni 1998 
   

Voor achten had ik afscheid genomen van het duitse stel, die speciaal hiervoor, vroeg
waren opgestaan.
Het weer was niet wat het wezen moest. Het was koud en grijs die dag en zoals ver-
wacht waaide de wind de verkeerde kant op.  In de bergen, als je van bergen spreken
mag, was  het slechts vier graden celsius en er viel motregen. De bergen zijn ongeveer
vierhonderd meter hoog, dus eigenlijk zijn het maar heuvels.

Rond het middag uur voegde ik de daad bij het woord en kookte op een parkeerplaats
pasta, daar had ik echt trek in.
Later kocht ik in een kleine supermarkt appels, brood smeerkaas en eieren.
Het uitzicht beperkte zich tot bomen en 500 meter asfalt. Na 130 kilometer kreeg ik
het wat moeilijk, de tegenwind en de bergjes eisten hun tol. Ik was ze  wel zat en wilde
naar de kust, waar het naar mijn idee wat vlakker zou zijn. De kaart gaf aan dat er in
S”derhamn een jeugdherberg was, dus werd dat het doel van de dag.

Eenmaal in S”derhamn aangekomen, was er nergens een jeugdherberg te vinden. Wel
was er een behoorlijk station, waar ik informatie vroeg. De jeugdherberg  bleek 11 ki-
lometer terug op een camping te zijn. Op "MOHED camping". Er stond al 187 kilometer
op de teller dus op zo'n moment baal je even. Veel te laat naar m'n zin reed ik de cam-
ping op. Ze wisten al dat ik zou komen.
De jongen die mij op het station verteld had waar ik de herberg kon vinden had door-
gegeven dat ik onderweg was. Het bleek dat ik de eerste gast van het seizoen was en
had de gehele herberg tot mijn beschikking. Met melkpoeder maakte ik een liter melk
voor de dorst.

Na een dag als deze is het fijn om in zo'n herberg bij te komen. Als het niet zo lekker
loopt is een afstand zoals die van vandaag net iets te ver. Er stond 198 kilometer op
m'n tellertje.
Het plan voor de volgende dag was om uit te slapen, een lekker ontbijt maken met een
gekookt eitje en dan lekker langs de kust fietsen. Dat is leuker dan al die heuvels,
bovendien kon ik dan nog eens een gebakken visje kopen.

Dinsdag 2 juni 1998 
 

Van dat uitslapen kwam niets terecht. Veel te vroeg stond ik naast m'n bed.

Het ontbijt lukte wel en genoot ervan. De zon scheen vandaag weer niet, het was grijs,
ongeveer zes graden en af en toe viel er motregen. Bij vertrek informeerde ik bij de
beheerder van de camping naar een rustige weg langs de kust. Hij wees mij op de kaart
een weg aan die ongeveer tachtig kilometer
verderop begon en zeer dicht langs de kust liep. Ik was benieuwd hoe die eruit zou
zien. Het begin van die weg bleek zoals zo vaak
van mooi asfalt, maar na een paar kilometer was het mis. De weg werd slecht en ik zag
geen zee of vissersplaatsjes met viskraampjes.
Vlak was het evenmin en de hoogtemeter telde alle geklommen meters
en kwam tot 1055 meter. Dat was niet wat ik verwachtte van een kustweg en moest
aan dit soort dingen wennen, bovendien had ik pijn in de bovenbenen. Zou dat soms door
die melk van gisteren komen?
Op dit soort momenten verlangde ik naar omstandigheden die meer bij mijn
verwachtingen pasten.
Op een parkeerplaats zag ik een kleine Nederlandse auto staan.
Achter de auto zaten een man en een vrouw koffie te drinken.
Zij nodigden mij uit voor een bakje. Zij waren op weg naar de Lofoten.
Naar schatting waren zij beide rond de zeventig jaar en je kon zien dat zij al vaker in
Scandinavi‰ waren geweest, want de auto zat vol met stickers uit Noorwegen en Zwe-
den.
Het klaptafeltje waar de koffie op stond was bijna net zo oud als zijzelf en de plastic
kopjes waren oud en bruin door het jaren lang gebruik. De auto was helemaal volgela-
den met kampeerspullen. Dit was niet hun eerste reis naar het noorden, vertelden zij.
Zij hadden maar een half woord nodig om eindeloos te vertellen waar zij al geweest
waren in al die jaren. 

Om 18.00 uur kwam ik aan in Sundsvall en de herberg lag zoals  altijd boven op een
berg.
De weg er naar toe was zo stijl dat ik even van de fiets moest.
Even later hernam ik mij en stapte weer op om te zien wie hier de baas was , die berg
of ik !!! Alles kraakte maar ik kwam toch boven. Na twee pastamaaltijden dronk ik
koffie in de drukke stadsherberg. Weer maakte ik een liter melk en hoopte geen  pap
in de benen te krijgen net als gisteren. Na een avondwandeling schreef de eerste
kaartjes naar het thuisfront.
Op de teller stond 166 kilometer. De hoogtemeter had 1055 meters geteld. 

   
woensdag 3 juni 1998
 

Om 03.15 uur werd ik wakker. Waarschijnlijk door het licht. De zon scheen door het
raam naar binnen maar er zat wel rijp op het gras en de ruiten van de autoïs voor de
deur waren ook wit. Toch pas om 05.45 uur opgestaan. Hans is jarig vandaag.

De felicitatie had ik in de vorm van een mooi fax bericht meegenomen van huis, dus
moest ik een postkantoor vinden om hem te
verzenden. Na ontbijt met koffie zat ik om 07.00 uur op de fiets en had veel moeite
om de stad uit te komen. De eerste 19 kilometer was snelweg dus daar mocht ik niet op
met de fiets.
De weinige bordjes die er stonden stuurden je dan overal heen en bleken dus erg
onbetrouwbaar.
Tijdens deze zoektocht kwam ik om 08.45 uur een postkantoor voorbij dat om 09.00
uur open ging. Hierop gewacht. De fax ter verzending aangeboden maar het wilde niet
lukken.
De postbeambte probeerde het wel tien keer. Met m'n eigen telefoon wilde ik toen
Hans bellen, maar hij was niet thuis en hoorde na zes keer overgaan de fax werken
We konden niet ontdekken waarom het niet lukte. "Lag het nu aan mij of had de post
wat tegen mij", vroeg ik mij af. Dit was al de tweede keer dat er iets mis ging.
Ik kocht wat postzegels, deed de kaartjes van gisteren op de bus en vervolgde mijn
tocht.
Om 12.00 uur werd het wat rustiger met het verkeer en passeerde ik een grote brug.
Daarna volgde nog een aantal lange klimmen en had ik af en toe een beetje wind mee.
De dagen en de wegen gingen op elkaar lijken. Voortdurend ging de weg op en neer.
De weg voerde mij door een mooi gebied dat leuk is om vanuit een bus te zien vandaar
dat er veel bussen met toeristen passeerden.
Om 16.30 uur gaf de kilometerteller 172 kilometer aan en was ik bij de jeugdherberg
van Overh”rn„s een klein voorstadje van ™rnsk”ldsvick. De volgende
overnachtingsplaats was volgens de kaart een camping die ongeveer 25 kilometer
verderop lag.
Verder was.
Omdat het nog steeds niet warm was, het was slechts 9 graden, koos ik voor de
jeugdherberg.
De lucht betrok en ik was weer blij met m'n keuze. Ik zat droog en warm.
Deze dag had ik toch last van de melk die de avond er voor gedronken had. Het was
goed te voelen in m'n boven benen tijdens de 1275 meter die de weg omhoog liep.
De blikjes bier die ik net voor aankomst kocht beviellen beter, ze veroorzaakten geen
zere bovenbenen en smaakten nog beter ook. De prijs viel ook mee, nl. 5 sek.per blikje.
De melkpoeder liet ik achter in de keuken van de herberg.

Die avond heb ik Hans gebeld en hem gefeliciteerd met zijn verjaardag.   "Neem er een
van mij, Hans!!!"  
 

Daarna nog wat kleding gewassen die ik te drogen hing boven het elektrische kookstel.
Ook de fiets kreeg een schoonmaakbeurt, daar was hij wel aan toe. Hier werd een
halve theedoek aan opgeofferd. Hij had vandaag zijn best weer gedaan.
Ook op deze dag kwam ik weer geen fietsers tegen, wat niet zo vreemd is want Zwe-
den is geen echt fietsland. Er zijn haast geen rustige wegen van goede kwaliteit.
Na alle huishoudelijke werkjes nog een avondwandeling gemaakt en een paar foto's van
m'n onderkomen. Geprobeerd Rob Brokling te bereiken in Wales, wat wonder boven
wonder lukte!! Ook met Dirk gesproken. Zij maakten een wandeling door Wales met
rugzak en tent en gingen de dag erop weer naar huis. Zij zaten in een pub en hadden
een hoop plezier. Het sprak mij wel aan en besloot ook eens uit de ban te springen en
trok een blik bier open.

Vrijdag 5 juni 1998.  
 

Weer was ik vroeg wakker en zat op een onvoortselbaar vroeg tijdstip te fluiten op de
fiets.  Ik had het naar m'n zin. Voor vertrek had ik ook nog snel de tassen schoon
gemaakt, dus alles blonk weer. Op de tv was te zien geweest dat het tot maandag mooi
weer zou blijven en de temperatuur kon wel oplopen tot 11?C.
De zon scheen toen ik het dorpje verliet. Terug naar de grote weg en dan rechtsaf.
Einddoel van deze dag was Lule†. Dat is met de gebruikelijke tegenwind een flink stuk
rijden, de afstand wist ik precies, want die stond aangegeven, 182 kilometer.
Het zou uiteindelijk 186 kilometer worden.
's Ochtends ging het lekker maar na het middaguur werd het zwaarder. Bij Nederlan-
ders op een parkeerplaats thee gedronken en smeerolie verzameld voor m'n ketting.
Die haalde ik uit lege motorolieflessen die langs de weg liggen. Daar zaten meestal nog
wel een paar druppels in.
Een paar keer moest ik van de A4 af i.v.m. de passage van een stad.
De weg wordt dan een snelweg. Dit keer was alles aardig aangegeven en ging het goed.
Vaak moest je lang zoeken en raakte je in woonwijken verstrikt. Onderweg nog wat
reepjes en een fles cola gekocht. Ik wilde later ook nog brood en kaas kopen maar zag
die dag geen winkel meer.

In de verte voor mij zag ik voortdurend grote regen buien  en ik moest rustig aan doen
om niet in de regen te fietsen. Ik hield het de gehele dag droog.
Om 18.00 uur bereikte ik de jeugdherberg van Lule† (Ornsvik).
Het was een deel van een groot hotel complex. Zoals iedere dag was ik blij dat ik de
jeugdherberg zag.
De hele dag had ik langs een drukke weg op de vluchtstrook gereden.
Er waren geen andere mogelijkheden.  Als ik van de weg af ging naar een dorp, eindigde
het telkens bij een onverharde weg, die vaak in het dorp doodliep.
Het bleef druk. Ik kreeg de indruk dat alle Zweden de hele dag in de auto zitten.

Zaterdag 6 juni 1998.

Na het ontbijt zat ik weer vroeg op de fiets en reed de laatste honderd kilometer op
de E4.
In Kalix kwam ik eindelijk een supermarkt tegen. Kalix is een behoorlijk grote plaats
met wat winkels en een busstation.
Ik begon mij al zorgen te maken want m'n brood was op en het was zaterdag middag.
In het centrum kocht ik brood, kaas, appels en zout.
Bij Sangis ging ik linksaf de 398 op, een grote brede weg maar geen verkeer. Eindelijk
rust.
Hier lieten de eerste elanden zich zien. Ze liepen voor mij uit om na enkele honderden
meters in het bos te verdwijnen.  Het is geen gezicht zoals die dieren  lopen. Hun
poten
Zwabberen alle kanten op.   Hier lag ook nog sneeuw langs de weg.
De winter was hier nog niet lang voorbij.

Na een vlotte tocht kwam de jeugdherberg van Hedenaset wel wat vroeg in zicht. Hij
was nog gesloten en op de voordeur hing een briefje met een paar telefoonnummers en
zo kreeg ik contact met de beheerder. Omdat ik de eerste en enige gast was kreeg ik
de beschikking over een mooi en ruim vierpersoons zomerhuisje met alles erop en eraan
in ruil voor 130sek.
Hedenaset ligt aan een rivier die tevens de grens vormt met Finland.
Vanuit het huisje keek ik uit over de rivier. De rust en stilte zijn onvoorstelbaar.

Hans was met de hele marathon ploeg de afgelopen dagen onder zeer slechte
omstandigheden naar Enschede gefietst.
In Nederland was het op dat moment slecht weer met veel regen en onweer terwijl
hier het weer wel aardig was.
Er waren weliswaar veel stapelwolken, maar de zon prikte er regelmatig doorheen.
Toen zij met de hele groep zaten te eten belden zij mij op om te vertellen hoe zij het
naar hun zin hadden. Het was een leuk gesprek en vond het jammer dat ik er niet bij
was.
Met 162 kilometer op de teller was ik slechts enkele uren van de poolcirkel verwijderd.
Ik besloot om morgen niet ver te fietsen maar te genieten van de rust, het was
immers zondag.  Ik bekeek de route en ging naar bed.  

zondag 7 juni 1998

Even na zevenen vertrok ik en had zowaar een beetje wind in de rug. Het ging heerlijk
en het beloofde een mooie dag te worden maar daar vergiste ik mij in. 
Om tien uur betrok de lucht en ging het regenen, eerst licht, later hard. Bij
Overtornea ging ik een brug over en stond ik in Finland, ging links af en volgde een gro-
te rivier richting Pello. 
Langs de rivier stond een klein donkerrood huisje bij een parkeerplaats. Het was een
zalm rokerijtje waar men de vers gevangen zalm rookt en direct verkoopt aan de
toeristen. Helaas, de tijd was er nog niet rijp voor. Te vroeg in het jaar.

Een gerookte zalm was er best ingegaan, dat is eens wat anders dan
brood met smeerkaas. 
Bij de passage van de poolcirkel maakte ik wat fotoïs. Er stond een mooi gebouw wat
een souvenir winkel bleek te zijn.
Even was ik binnen en kreeg de neiging om wat leuke dingen te kopen, maar had nog
geen Fins geld. Later bleek dat dit geen probleem hoefde te zijn omdat men in de drie
noordelijkste landen van Scandinavi‰ met alle drie de valuta's overal kan betalen.  
In Pello pinde ik wat Fins geld bij een geldautomaat en dronk  koffie met koek in een
klein koffietentje.
Ook deed ik wat boodschapjes. Hierbij viel het mij op dat de winkels beter gevuld
waren met verse groenten en fruit.
De huizen en de wegen zagen er beter uit, er zijn zelfs fietspaden.
Finland doet mee en is klaar voor de Euro dat was aan alles te merken.

Nadat Pello was gepasseerd ging het harder regenen.
De weg verlaat hier ook de rivier waar ik al de hele ochtend langs fietste. Om 09.30
uur passeerde ik de poolcirkel en fietste dus nu echt in het noorden, dit was goed te
merken aan de temperatuur.  Alles was koud en nat toen Kolari naderde.
Net voor het plaatsje stond een bordje van de jeugdherberg. Links af en dan nog twee
kilometer over een slechte weg.
Die verleiding kon ik niet weerstaan en sloeg met slechts 145 km op de teller af, de
slechte weg op.

Het plan om door te fietsen naar Muonio liet ik los ondanks de gunstige wind.
Het gemiddelde lag wel op 24.3 dus de snelheid zat er goed in die dag.

Kolari bleek een aardig dorp, met twee supermarkten, twee banken en nog een paar
modezaken een fotograaf, een kiosk  en een tankstation. Diverse boodschapjes gedaan.
De jeugdherberg was wel zeer eenvoudig, klein en oud net als de beheerster die onge-
veer zeventig jaar was. Zij wilde m'n paspoort zien en schreef het nummer ervan op
een formuliertje zonder een woord te zeggen. Waarschijnlijk sprak zij alleen Fins of
had geen tanden in haar mond. De inrichting van het kamertje kwam ook uit de oude
doos inclusief de sprei op het bed. 
Het tijdsverschil van een uur liet ik voor wat het was.
De donkerblauwe gordijnen waren gemaakt voor de zomer, er kwam bijna geen licht
doorheen.

Maandag 8 juni 1998
 


Om 06.00 uur zat ik al op de fiets, maar de lokale tijd was natuurlijk 07.00 uur. De
lucht was grijs en het regende licht. Later werd het droog. Gestart met een rustig
tempo en in Muonio m'n dagelijkse boodschappen gedaan.
Doordat ik veel at moest ik bijna dagelijks een brood kopen. In de loop van de middag
begon het weer te regenen. Nu echt hard.

In een souvenirshop wilde ik even een kopje koffie drinken en wat voor thuis kopen.
Hier kwam ik twee Nederlanders tegen.
Guus en Lenie. Ook zij dronken koffie en waren eveneens op de fiets. Zij kwamen uit
Rijswijk en Katwijk.
Ze zijn er dus toch, mensen die hetzelfde doen als ik. 
De hele reis was ik er al op bedacht gelijkgestemden te ontmoeten.
Ook zij waren op weg naar de Noordkaap. Nadat we kennis hadden gemaakt besloten
we met z'n drie‰n verder te fietsen.
Het klikte gelijk en die dag reden we naar Enonteki” Hetta, de laatste kilometers in
een koude regen. We waren blij toen we de jeugdherberg zagen. De kilometerteller
stond op 162 kilometer toen we afstapten.

De herberg lag aan een groot meer dat nog dichtgevroren was en behoorde bij een
groot hotel. We kregen een mooie kamer met douche en toilet. Die avond zijn we uit
eten gegaan  in het hotel en aten pizza. Buiten stond een behoorlijke storm en viel er
veel regen, het was noodweer en hadden onze bedenkingen voor morgen.

Op de kamer hebben we nog lang met elkaar gesproken onder het genot van een
drankje en een hapje. 
Beide deden aan atletiek waardoor ze ook diverse leden van Voorne kenden en zoals zo
vaak bleek de wereld kleiner dan verwacht.
We besloten om samen naar Alta te fietsen dat was nog ongeveer 210km. en zou twee
dagen in beslag nemen. Daarna zouden we opnieuw bekijken hoe de reis voort te zetten.


Dinsdag 9 juni 1998

Wij genoten een rijk ontbijt in het hotel en niet al te vroeg waren we op weg nadat we
bij een supermarkt eerst een paar plastic huishoud handschoenen hadden gekocht om
onze handschoenen droog te houden, want het regende nog steeds en het was koud.
Het traject van deze dag ging door een woeste omgeving.
Alles is nog dor en bladloos. In de verte zien we de eerste besneeuwde bergen. De om-
standigheden zijn het best te vergelijken met de maand februari in Nederland.
Naast de weg zien we een soort moeras dat aan het ontdooien is. Het water loopt er
aan het oppervlak vanaf omdat de bodem nog bevroren is. Er groeien alleen kleine
grillige berkjes.
Rond koffietijd passeerden we de grens en staan in Noorwegen. In het kantoortje van
de grens bewakers haalden we een stempel en dronken in een hoekje uit de wind een
kop koffie.
Vroeg in de middag waren we in Kautokeino. Dit is een flinke plaats en een Lappen ne-
derzetting. We deden wat boodschappen en dronken lang koffie bij de plaatselijke vvv.

Hier verzamelden we ook wat gegevens over de omgeving en kochten wat kleine souve-
nirs. Omdat er in de directe omgeving geen overnachtings mogelijkheden waren
besloten we verder te fietsen richting Alta en ergens in het wild te kamperen.

Guus had ge‹nformeerd naar een plaats om te kamperen. Bij de afslag naar Karasjok
nogmaals even gestopt om wat te drinken en te eten. De omgeving waar we door
fietsten was ruig. Heuvels met sneeuw  en een golvende weg met af en toe een huisje.
Alle Lappen waren al weg, zij waren mee met de rendierentrek naar het noorden.
Wat achterblijft zijn oude vrouwen, kinderen en honden.
Die honden jagen ook op fietsers en wij moesten af en toe flink doortrappen om ze van
het lijf te houden.
De Lappen die thuis blijven verkopen souvenirs zoals huiden ,messen en breiwerk.
De kampeerplaats bleek een mooie plek bij een waterval en heet "Pike Fossen".
De parkeerplaats was voorzien van mooi natuursteen met een paar grote tafels erop.
De ideale plaats om te kamperen. Dat was alweer een tijd geleden. Er stonden ook nog
twee campers.
Nadat we onze tenten hadden opgezet  kookten we een potje en dronken koffie. Het
was koud.
We kropen om 22.00 uur in onze slaapzak. Het geruis van de waterval was rustgevend.


Woensdag 10 juni 1998

Deze nacht erg slecht geslapen ondanks het geruis. Het was zeer koud en mijn slaap-
zak bleek niet warm genoeg voor deze temperaturen. Ik lag te rillen van de kou terwijl
ik toch al mijn kleren had aangehouden.
Om 03.00 uur stond er ijs op de tent. De tent stond een beetje ongelukkig op een pad
met hobbels en harde ruige planten aan de kant. Om 06.45 uur stonden we op.
We waren nog maar net uit de veren toen er een bus stopte met Duitse toeristen. Zij
liepen met verrekijkers en fototoestellen door ons kleine kamp en maakten fotoïs van
ons.  Wij voelden ons bekeken.
Na te hebben ingepakt, ontbeten en koffie gedronken, verlieten wij de parkeerplaats.
Door een prachtige omgeving met bevroren meren en besneeuwde bergen fietsten we
langs een snel stromende rivier door een bergkloof richting Alta. We maakten veel
foto's.
Dit was een van de mooiste stukken van de reis. De temperatuur was acht graden.
Half in de middag kwamen we aan in Alta en gingen naar de vvv om wat informatie te
halen.
De vvv is hier in een winkelcentrum gevestigd naast een klein restaurant. Alta ligt aan
een grote baai waar je vanuit het restaurant over uitkijkt.
Hier dronken we koffie en aten wat. Wat je niet verwacht gebeurt ook hier, toen we
weer verder gingen bleek mijn kilometerteller gestolen. Gelukkig had ik een
reserveteller bij mij.

Er stond 94 km op van de rit van vandaag.
Korte tijd later waren we op de camping van Alta en zetten onze tentjes op.
Nadat we hadden gedoucht deden we wat boodschappen en aten kip met patat in een
soort Mc.Donalds.
Eenmaal terug op de camping bleek dat er nog meer gasten waren gearriveerd. Twee
Italianen op de fiets en een Italiaan op de motor.
Terwijl we zaten te eten zag ik een hele groep motorrijders voorbij rijden en ik dacht
dat zij allemaal naar de Noordkaap zouden gaan. Stel je voor dat zij allemaal in de her-
berg van Honningsv†g wilden slapen, dan is deze vol als ik morgen aankom. Daarom be-
sprak ik telefonisch een bed voor 11 juni. 

In de kantine van de camping maakten we daarna nog wat plannen  voor het vervolg van
de reis. De dag erop zou ik alleen in een keer door fietsen naar Honningsv†g.
Guus en Lenie wilden dit in twee dagen doen. Ik wilde graag een dag langer op de
Noordkaap zijn om kaartjes te schrijven en post te ontvangen. Dat laatste hield mij al
de hele reis bezig.

Wat hadden mijn collegaïs verstuurd?
Ik brandde van nieuwsgierigheid. Bij het vertrek van huis wist ik al van dat pakje en
onderweg, als ik het eens wat moeilijk had,  was het  een steun om door te gaan.
Nu was het nog slechts een dag fietsen naar het postkantoortje.
Voor dat ik naar bed ging genoten wij nog van de middernacht zon en het rustige weer.
 

Ik belde naar huis en maakte Sylvia deelgenoot van wat ik zag. 
Het is en blijft een raar gevoel als je 's nachts in de zon staat.
Zo mooi en gezellig de dag van vandaag zo hard en meedogenloos zou de dag erop zijn.

Donderdag 11 juni 1998

Ik was al vroeg uit de veren en gunde mij geen tijd voor koffie. De dag begon
veelbelovend, het was droog maar de zon scheen niet. Guus was ook wakker en wenste
mij een goede reis toe. Een vlakke weg voerde mij rond de baai, langs de aanvliegroute
van het vliegveld. Even stopte ik om een landing van een klein vliegtuig te volgen.
Direct daarna kon ik in de beugel, zoals ze dat noemen.
Nadat het vliegveld was gepasseerd kwam er een klim naar 285 meter hoogte.

Deze was behoorlijk zwaar en viel nogal rauw op de maag.  285 meter lijkt op het eer-
ste gezicht niet veel, maar met 20 kilo bagage lijkt het wel 1285 meter, zwaar dus!!
Maar zoals zo vaak werd de inspanning beloond.

Eenmaal boven presenteerde zich achter mij een prachtig panorama van Alta. Doordat
het laag water was viel een groot gedeelte van de baai waar Alta aan ligt droog. De
weg voerde mij door een koud en troosteloos gebied, al golvend met lange klimmen en
zoals gebruikelijk tegen de wind in. Het weer werd steeds onvriendelijker en het ging
regenen. De temperatuur was niet hoger dan 6?C en de wind trok aan.

Nabij Skaidi kwamen mij twee Nederlandse autoïs tegemoet. Nadat ik mijn hand had
opgestoken hoorde ik dat zij tweehonderd meter achter mij stopten, keerden en mij
achterna kwamen. Toen zij naast mij reden zag ik het. Het waren mensen uit
Oostvoorne. Het was Nico de Borst met zijn vrouw en twee kennissen.

Met Nico had ik op de lagere school gezeten en met zijn vrouw  volgde ik de herhalings
lessen van de EHBO. Hieruit blijkt maar weer dat de wereld kleiner is dan wij denken.
We stonden nog even wat te praten toen de twee Italianen voorbij kwamen Zij waren
ten einde raad, want zij hadden de laatste 87 kilometer geen adres gevonden om wat
te eten.
Nico adviseerde hen om een kilometer door te rijden, naar Skaidi, daar was namelijk
een restaurant.  Na een babbel nam ik afscheid van het gezelschap en ging de Italianen
achterna.
Skaidi is niets meer dan een grote driesprong.  W.F.Hermans schreef hier over in zijn
boek "nooit meer slapen" uit 1966. In die tijd stond er een houten kraam waar koffie
e.d. verkocht werd.

De kraam blijkt uitgegroeid tot een behoorlijk groot restaurant. Ook de weg die hij
beschreef blijkt verbeterd.
Was het in die tijd een weg van aarde, nu is het een weg van keurig onderhouden
asfalt. Tot nu toe was ik in dit deel van Noorwegen nog geen slechte wegen tegen
gekomen.

In het restaurant gebruikten we een stevige maaltijd met worstjes, eieren en gebak-
ken aardappeltjes met spek.
Het smaakte voortreffelijk. De Italianen kwamen uit Zuid Tirol en spraken goed Duits.
Het was prettig om met hen te eten maar het was een teleurstelling voor mij toen ik
hoorde dat zij vandaag niet doorreden naar de Noordkaap maar naar Hammerfest.
Waar zij links af gingen met de wind mee naar Hammerfest, ging ik rechts af tegen de
wind in naar de Russenes. Die wind was inmiddels aangewakkerd tot stormachtig en er
viel steeds meer regen. Omdat de weg vrij hoog lag was het behoorlijk koud. Skaidi
was het hoogste punt in de omgeving. Regen werd af en toe sneeuw en de temperatuur
zakte tot 2?C. Na verloop van tijd was alles nat en koud.
Het was een barre tocht over 23 kilometer. Toch maakte ik nog wat fotoïs onderweg.

"Eenmaal aan de kust dan zal het wel beter zijn", dacht ik voor de tweede keer, maar
niets was minder waar.
Langs de kust waaide het nog harder en de laatste 110 kilometer was een gevecht met
de elementen. De weg slingerde langs de kust en ging regelmatig om een grote baai
heen.  Als toegift ging het laatste stuk nog flink omhoog. Er viel natte sneeuw op 11
juni!!!  Hoe zou het hier in de winter zijn? Vroeg ik mij af.
In het begin van de klim kon ik tegen de bergen opkijken en zag  dat het hoger in de
lucht sneeuwde. De sneeuw tekende zich goed af tegen de zwarte bergwanden.
Wat een luguber landschap.          
De klim was zwaar en maakte mij enigszins agressief, wat de laatstekracht uit mij
zoog. Behoorlijk uitgewoond en rillend van de kou kwam ik aan bij de veerstoep van
Kalfjord.              

Hier vertrekt het veer naar Honningsv†g. Tot overmaat van ramp was het veer net weg
en moest een tijd wachten op de volgende boot. In de restauratie dronk ik koffie en
probeerde wat op temperatuur te komen, maar met natte schoenen gaat dat natuurlijk
slecht. Nog steeds vind ik het onbegrijpelijk dat er mensen wonen op dit stuk aardbol
dat de laatste uren aan mij voorbij getrokken was.
Met mooi weer zal het er ongetwijfeld heel anders uitzien. Deze weg is in verband met
de sneeuw van oktober tot en met mei gesloten.
Dit was voor m'n gevoel de zwaarste rit die ik ooit gemaakt heb met als grootste han-
dicap de temperatuur. Kou kost veel energie.

Na een uur wachten vertrok het veer en kwam om 21.00 uur aan in Honningsv†g.
Nergens stond er aangegeven waar de herberg was maar na enig gezoek vond ik de
jeugdherberg die ik vanuit Alta besproken had. Het was een klein houten gebouw met
slechts een paar kamers, zeven kilometer voorbij Honningvag.
Het stond op een soort camping, maar er waren alleen wat campers en niet de grote
groep motorrijders die in Alta voorbij kwamen.
Om 22.00 uur lagen m'n natte fietsschoenen op de cv te dampen.
Ondanks alles heb ik  die avond nog kleding gewassen en gekookt, om 01.00 uur rook
het in de campingkeuken naar warme kaas en pasta. Kou en vermoeidheid waren ver-
dwenen. Het was muisstil op de camping zonder tentjes.

In de gang van de kleine herberg had ik tussen twee deuren een waslijntje gespannen
en de kleding te drogen gehangen. Het water dat uit de kleding lekte viel in plastic
drinkbekertjes. In de herberg sliepen nog een Italiaanse motorrijder, een Australi‰r
en twee dames uit Den Haag. De dames hadden lol over de manier hoe ik de was opge-
hangen had.

De motorrijder had, zo bleek later ook op de camping in Alta gestaan met zijn tentje.
Deze mensen zou ik later deze reis nog vaker zien. Toen de slaap mij overmande stond
er 185 kilometer op het reserve tellertje. 
Het gemiddelde was maar 17,2 kilometer en de getelde hoogte meters stond op 1275
meter. Ik vond het wel genoeg die dag.

Vrijdag 12 juni 1998

De was wilde in de gang niet hard drogen en het eerste wat ik deed was alles buiten
hangen. Het was droog weer en de zon scheen. Warm was het nog niet maar dat was
ook niet te verwachten.
Iedereen in de herberg lag nog in diepe rust. Eindelijk was het dan zo ver.
Nadat een en ander opgeruimd was vertrok ik naar het postkantoor om het zo
begeerde pakje af te halen. Mijn nieuwsgierigheid was enorm en de zeven kilometer
naar het postkantoor legde ik record tempo af. Eerst moest ik nog even wennen aan de
fiets zonder tassen, hij voelde aan als een zeer licht racefietsje.  Na een korte
wachttijd was het mijn beurt en met mijn paspoort in de hand vroeg ik naar het pakje.
De oudere vrouw achter het loket ging er naar opzoek.
Op dat moment kreeg ik weer zo'n raar gevoel van machteloosheid.
Even later kwam zij terug met lege handen. "Er was geen pakje aangekomen voor mij",
zei de vrouw. "Hoe kan dat nou?  Het moet er zijn", zei ik verbaasd. Nogmaals zocht de
vrouw maar weer zonder succes.
Ongeloof maakt zich van mij meester. Lukt het nou nooit met die pakjes? Ligt dat nu
aan mij of aan de PTT Post?  Diep teleurgesteld stond ik even later op de stoep en
probeerde  Simona te bereiken met mijn GSM telefoontje.   Zij had het pakje
verstuurd, maar was niet thuis.

Ook collega Piet kreeg ik niet aan de lijn, die had nachtdienst gehad en lag nog op bed.
Daar sta je dan, bijna op het noordelijkste puntje van het moderne vooruitstrevende
Europa.

Ik deed wat boodschapjes, ging weer terug naar de herberg en maakte de fiets schoon
met petroleum. Dat was wel nodig want hij zag er niet uit en  met een vuile fiets kan je
niet op de Noordkaap aankomen.
Bovendien fietst het op een schone fiets veel fijner.  In de loop van de ochtend belde
Guus dat ze nog 28km. van het veer verwijderd waren en dus snel in Honningsv†g aan
zouden komen.

Ik zorgde ervoor bij de aankomst van de veerboot aanwezig te zijn en ving hun op. Dan
hoefde zij niet te zoeken naar de herberg zoals mij was overkomen de vorige dag. Het
weer was buitengewoon goed.
Na aankomst gingen zij snel nog wat boodschappen doen terwijl ik nog even naar het
postkantoor ging om mijn adres af te geven.
Dan konden ze het pakje direct doorsturen als het aan kwam. Ons plan was om
ïs avonds naar de Noordkaap te fietsen, dat was nog 27 kilometer van de herberg  en
dan de volgende morgen om 06.45 uur aan boord van de "LOFOTEN" te stappen voor
een reis van 42 uur langs de Lofoten eilanden naar B›do. Daar zou het dan weer per
fiets verder gaan.
Volgens velen zou de eilanden groep erg mooi moeten zijn, bovendien sprak mij het va-
ren door de fjorden wel aan. De "LOFOTEN" is een postboot die behoort tot een vloot
van 13 schepen die van Bergen naar Kirkenes varen en weer terug. Onderweg doen ze
vele havens aan waar je op of af kunt stappen. Elke haven wordt een keer per dag aan-
gedaan om post en klein stukgoed aan boord te nemen.

Toen we met z'n drie‰n aankwamen bij de herberg besloten we een hut te huren, dat
was voor drie personen goedkoper dan de herberg.   De twee Italianen uit Skaidi waren
ook gearriveerd en begrepen niet dat ik hier al bijna een dag was. Zij hadden verwacht
dat ik niet door dat slechte weer van gisteren was gegaan en ergens was gestopt.
Hun plan was een week te blijven om de feesten van de midzomernacht mee te maken.
Nu was een van hen het laatste stuk naar de kaap aan het verkennen en met name de
eerste paar kilometers, want daar gaat het flink omhoog en dat is voor een fietser in-
teressant.

Nadat we de sleutel van de hut hadden bracht ik mijn spullen vanuit de herberg over
naar de hut. De tent die nog nat was van Alta legde ik te drogen naast de hut.
Lenie maakte een pasta maaltijd die we ons goed lieten smaken.

Na het eten zijn we laat in de avond op de fiets gestapt voor de laatste kilometers
naar de Noordkaap. Het weer was nog steeds voortreffelijk. Een strak blauwe lucht en
weinig wind. Volgens insiders komt dit slechts  ongeveer twintig keer voor per jaar.
Ons viel dit geluk ten deel. 
Meestal is de Kaap gehuld in mist en nevel en vaak staat er een gure wind en regent
het. Wij waren dan ook zeer blij met deze weersomstandigheden. Mooier kon niet.
De weg erheen is adembenemend mooi  met enige forse klimmen erin van 9% en goed
asfalt

Direct na het verlaten van de camping zit er zo'n klim in de weg, en juist daar ging
mijn telefoontje over.  Het was Hans, hij vroeg waarom ik zo hijgde.  Na uitleg moest
hij hartelijk lachen, hij was deelgenoot van wat ik op dat moment beleefde.
Het was een van de weinige momenten die ik kon delen met iemand. Dat zelfde
ondervond mijn zus Gerda een klein uur  later, doch dit keer was het tijdens een
afdaling. De wind gierde door het telefoontje. Het was een prachtige rit.

Na de eerste klim zijn we even gestopt om wat foto's te maken. We keken neer op de
camping en de baai waaraan deze ligt. De overwonnen hoogte over deze korte afstand
maakte indruk op ons en het deed mij denken aan de Alpen. We bereden een prachtig
golvende weg door een besneeuwd landschap. Het maakte enige emoties los toen ik
besefte dat het doel bijna bereikt was. N  zoveel dagen fietsen en een enorm aantal
kilometers in korte tijd.
Tijdens een tocht had ik nog nooit een vergelijkbaar gevoel gehad.
Door de laaghangende zon met zijn strijklicht ontstond een sprookjesachtige wereld.
Dit had ik niet verwacht, wat een prachtig landschap. We reden langs muren van
sneeuw.

De schoonheid wordt wreed verstoord als je aankomt op het punt waar alles om draait.
Een slagboom en een zeer grote parkeerplaats met alleen maar campers is het eerste
wat je ziet. Het lijkt wel een toegang tot een Franse tolweg, eerst betalen.
Het mooie asfalt eindigt ook terplaatse en gaat over in steenslag.

Omdat wij met de fiets waren behoefden wij niets te betalen.    
Het te betalen bedrag was voor een parkeerplaats en niet voor personen.
Aan de andere kant van de parkeerplaats staat een grote souvenirshop met een
restaurant waar men wel doorheen moet, wil je op het noordelijkste puntje van Europa
komen.
Bij een kopje koffie genoten wij van het uitzicht vanachter het glas alvorens naar het
monument te gaan om fotoïs te maken.
Met de laatste energie die in de accu van het telefoontje zat belde ik nog even met
een ge‹ntereseerde collega.

Het monument bestaat uit een grote globe op een stenen voetstuk waarop men kan
gaan staan om zich te laten vereeuwigen. De globe en het voetstuk waren vol geplakt
met stickers afkomstig uit alle windstreken en uithoeken van de wereld. We maakten
tientallen fotoïs van elkaar en met elkaar. 
De zon stond ongeveer 20? boven de horizon en gaf een warm geel licht.
Lenie toverde een klein flesje champagne uit haar binnenzak en we vierden het
bereiken van ons doel in die midzomernachtzon. We hadden het niet beter kunnen
treffen.
Nadat we nog wat hadden gewinkeld  in de souvenirshop was het tijd om de terugreis
te aanvaarden.


                      




                               De terugreis


Zaterdag 13 juni 1998

De terugreis was nog mooier dan de heenreis. De zon bleef schijnen met dezelfde
warme kleur en zorgde voor lange schaduwen op het asfalt. Lenie fietste een kilometer
voor mij uit en was op het hoogste punt van een berg een klein zwart silhouet

Het was 5§C. en de zwakke wind hadden we in de rug. Behalve de laatste bus van de
Nordkapp naar Honningsv†g, was er geen verkeer en ongeremd denderde ik met hoge
snelheid van de laatste bergen af tot zeeniveau.
Op een tijd dat iedereen slaapt zaten wij aan de koffie en genoten nog wat na van de
laatste uren.
Tegelijkertijd was ik de tassen alweer aan het inpakken voor de terugreis.
Kort daarna heerste er een serene rust in het hutje, die om 05.30 uur weer wreed
verstoord werd door de piepjes van het horloge van Guus. 
Ik nam afscheid  van Lenie en Guus en een uur later stond mijn fiets aan boord van de
"LOFOTEN" waar ik een ticket kocht tot Bod›.
De reis zou 42 uur duren en ik zocht een plaatsje in een zithoek stuurboord achter.

De Australi‰r Kevan en de Italiaan met de motor, Teo, die ik al in de herberg sprak
waren ook aan boord. De twee dames uit Den Haag, Lenie en Elly, waren eveneens aan
boord en hadden zelfs een hut. Zij bleven dan ook zes dagen aan boord, tot aan Bergen.
 Kevan en Teo kwamen ook naar de zithoek. De komende dagen zou de zithoek van ons
zijn.
De "LOFOTEN" is op ‚‚n na het oudste schip op " THE WORLDïS MOST BEAUTIFUL
SEA VOYAGE ", de " HURTIGRUTE " en is in 1964 in de vaart gebracht.  Met zijn
2597 ton een gezellig oud schip.
Soms blijft het schip wat langer liggen en krijgt iedereen de kans om even aan wal te
gaan.
In Hammerfest  maakten wij hier gebruik van en kochten wat kaartjes.
Met z'n drie‰n doodden we de tijd met eten - drinken en op de kaart kijken. De tijd
ging langzaam en buiten was het heel mooi
echter veel het zelfde. Besneeuwde bergen, kleine eilandjes en vissersplaatsjes.
Zondag 14 juni 1998

's Nachts werd het erg gezellig en er kwam een Noorse bij ons zitten  waar ik een leuk
gesprek mee had.
Om middernacht was het schip in Troms› waar het bijna twee uur bleef liggen.
Hier even aan de wal geweest met mijn reisgenote. Troms› is een kleine plaats maar er
waren veel mensen op straat. Veel waren er ook dronken terwijl een glas bier toch 42
kronen kost, dat is omgerekend 10 gulden.
We aten een hamburger bij Burgerking  en waren bijna te laat aan boord.  De  volgende
stop was om 04.45 uur in Finnsnes. Even in slaap gevallen op de bank.
Om 08.00 uur meerde de LOFOTEN af aan de kade van Harstad, waar Kevan van boord
ging. Zijn reis ging via Narvik naar Stockholm. Die ochtend  met Teo een stevig
ontbijt genomen met eieren en spek met goede koffie erbij. Het was alweer dagen ge-
leden dat het ontbijt zo lekker was.
Veel vis, gekookte en gebakken eieren, diverse soorten brood, salades, koffie, thee,
melk enz.

Elly en Lenie kwamen in de loop van de ochtend ook in onze zithoek en we maakten kof-
fie met hun dompelaartje, praatten over wandelen en de benodigde uitrusting en voor
we het wisten was het 14.00 uur We konden weer even aan de wal. 
Wat brood  en chocolade gekocht voor bij de thee en weer terug aan boord voor de
High Tea, die wij weer maakten met het dompelaartje. Het werd steeds gezelliger in
de hoek.
Later nog een keer aan de wal geweest in Stamsund. Aan boord met Elly en Lenie een
warme maaltijd met vis gegeten.

Het is nog vroeg in de avond als de "LOFOTEN" bij de Trolfjord aankomt. Dit is een
doodlopende fjord waar  men  speciaal in vaart voor de toeristen aan boord. Aan dek is
het spitsuur, iedereen neemt foto's van de hoge rotswanden. Het schip moet door een
smalle doorgang om in de fjord te komen. Aan het eind keert hij heel behoedzaam en
vaart terug.

Jammer dat het koud is aan dek. In de loop van de avond de tassen ingepakt en aan de
fiets gehangen  startklaar voor de nacht of wat daar voor door moet gaan, want het is
stralend midzomernacht weer.

De zon schijnt en bij de passage van het eiland Landegode staat hij op zijn laagste
punt en kleurt het eiland zacht oranje.  Nog even en we komen aan in Bod›, de haven
waar de route weer per fiets verder gaat. Als ik van boord stap, staat het hele gezel-
schap aan dek om afscheid te nemen en  mij uit te zwaaien.
Genoeg gerust we gaan er weer tegenaan!!! Ondanks het rare tijdstip is het fijn om na
42 uur op de boot gezeten te hebben weer te
Fietsen.

Als ik Bod› uit fiets is het bijna 02.00 uur dus doodstil. Het enige wat ik zag rijden
was een taxi. Het gezicht van de man sprak boekdelen
Weer zo'n gekke toerist die niet in de gaten heeft dat het nacht is. Het weer weet
nog niet wat het zal gaan doen, af en toe vallen er een paar druppels. Het blijft
gelukkig verder droog.
De weg loopt langs de Skjerstadfjord waar veel gevist word, getuige de vele bootjes
die voor anker liggen. 
Naast de weg ligt de spoorbaan dan links dan weer rechts. De hele dag blijft hij in de
buurt soms ligt de baan hoger, dan weer lager.
Voorbij Fauske loopt de weg door een tunnel. Dit keer goed verlicht

In de loop van de ochtend werd ik overmand door slaap en viel tijdens het fietsen in
slaap. Iets wat ik niet voor mogelijk had gehouden, maar het kan echt! Klaasvaak
strooide rijkelijk met zand.
Het begint met een beetje mijmeren en enige ogenblikken later droom je weg.
Plotseling vallen je ogen een moment dicht en raakt de fiets van de weg.
Ik sprak mezelf toe en bleef nog even wakker tot er een geschikte plaats om te slapen
gevonden was.
Dit duurde even en moest vechten tegen de slaap. Toch gebeurde het nog een keer
maar nu ging de fiets naar links.
Ik realiseerde mij dat dit de limit was en werd boos op mezelf.  Stel je voor dat er een
auto aankomt die je niet direct hoort.

Gelukkig passeerde ik kort daarna een mooie parkeerplaats met een overdekte
pick-nick tafel.
Er stond ook een vrachtwagen waarvan de chauffeur sliep. De slaapzak werd uit de
linker voortas getrokken, kroop erin  en viel als een blok in slaap. Na een uur werd ik
wakker en vervolgde mijn weg. Het was niet zo gek dat dit allemaal gebeurde, dacht ik
achteraf. De afgelopen drie dagen had ik nog geen vier uur geslapen, dat houdt geen
paard vol.

Na die korte "nachtrust" kon ik er weer even tegen en volgde een mooie weg, de E 6 
die langs de  rivier  "Saltdalselva" ligt. De weg loopt over een plateau van ongeveer 690
meter hoogte, overal ligt nog sneeuw. Langs de weg zag ik regelmatig grote
parkeerplaatsen die in de winter gebruikt worden door wintersporters. Ook de
spoorbaan volgt de loop van de rivier.
Daar passeerde ik de poolcirkel voor de tweede keer, nu in zuidelijke richting. Hier
staat een erg mooi gebouw met een souvenir winkel erin. Ik kocht weer wat souvenirs
en maakte een paar foto's.

Daarna volgde een lange afdaling over de "Dunderlandsdalen" tot op zeeniveau. Een
mooie slingerende weg  door een dal met een rivier en veel groen.  Hier was men op
diverse plaatsen aan de weg bezig en de banden plakten aan het asfalt. Het profiel op
de banden verdween en werden sliks.

Uiteindelijk kwam ik aan in Mo -I-Rana en na wat gezoek vond ik de jeugdherberg die
zoals gebruikelijk boven aan een helling stond en wat voor een. Ik schat de helling op
18% en moest even van de fiets. Ik brak bijna af  bij de enkels. Na een rit van 246km
niet zo gek. De rit van vandaag duurde 12 uur.
De herberg was volgeboekt zei de beheerder, maar gelukkig had hij een alternatief.
Hij bood mij een klein hutje aan in ruil voor 110 Noorse kronen.

Nadat ik mijn intrek had genomen deed ik nog snel wat boodschappen in een grote
supermarkt onder aan de helling, maakte een pan vol nasi en at met smaak.
Na het eten ging ik even op bed liggen en viel vrijwel direct in slaap. Was ik moe? 
Midden in de nacht werd ik wakker, kroop in mijn slaapzak en raakte in coma waaruit ik
laat ontwaakte.
Op het dak van het hutje zit een meeuw te broeden die flink begint te krijsen als ik te
dicht bij hem in de buurt kom.

Dinsdag 16 juni 1998

Mijn bioritme leek wat in de war, maar ik kreeg weinig tijd daar aandacht aan te be-
steden.
Direct na vertrek kon ik weer in de beugel. Een klim van een paar uur op vals plat
bracht mij naar een hoogte van 500 meter, daarna volgde een stukje vlak en opnieuw
180 meter omhoog tot in de sneeuw, met de bijbehorende lage temperatuur.
Het was 6§C. Daarna golfde de weg door het landschap met ravijnen en wilde beken
met smeltwater.
Rond het middaguur begon het licht te regenenen na een uur regende het hard.
De wind nam toe tot stormachtig en je raadt het al, vol tegen.

Alle ingredi‰nten voor een zware rit waren aanwezig.
Ik deed mijn best om toch door te gaan en gaf niet toe, al miste ik de motivatie.
Het eindpunt van vandaag had ik nog niet bepaald dus ook daar kon ik mij niet op rich-
ten.
Net voor een grote open vlakte zag ik een schuilhut met een vuurplaats en nam ik
ruimschoots de tijd om te eten, te drinken en motivatie te verzamelen.
Daarna reed ik verder over de "Bl† v„gen" wat wil zeggen de "blauwe weg". Hij wordt
zo genoemd omdat hij langs een rivier en vele meren loopt. Het is een prachtige weg
maar je moet er wel voor in de stemming zijn en het weer moet een beetje meewerken.
Beide ontbraken dus had ik het niet echt naar mijn zin. Toch vocht ik mij tegen de
wind en regen in en kwam, met 100 km op de teller, aan in een wintersportgebied.
Hemavan was het eerste dorp dat ik zag na Mo - I - Rana.
Er was een postkantoor en een supermarkt dus deed snel wat boodschapjes want de
camping waar ik naar toe wilde was nog 18 kilometer verder, in T„rnaby.
Dat was de enige overnachtings mogelijkheid die op de kaart stond, maar toen ik de
plaats weer wilde  verlaten zag ik een oude man en vroeg hem of er een herberg in de
buurt was.
In eerste instantie begreep hij mij niet omdat ik hem in het Engels aansprak. Als hij
mij in het Duits antwoordt  herhaal ik de vraag in het Duits.  Hij vertelde mij dat er
net buiten het dorp een speciaal hotel staat voor de "Wehrmacht", "eerste weg
rechts, achter die bomen", zei hij en ik was even bang dat hij een extreem rechts
trainingskamp bedoelde.
Nadat ik nog een reeks vragen over mijn fiets en reis had beantwoord reed ik het dorp
uit en zag inderdaad een bordje dat  verwees naar de jeugdherberg.
Ik was nat koud en blij met de situatie. Omdat ik deze ochtend veel te laat naar mijn
zin vertrokken was vond ik het eigenlijk veel te vroeg om te stoppen, maar ging toch
zonder spijt naar binnen.
Later die avond barstte een noodweer los met onweer, harde wind en regen en hagel.
De herberg had ik weer voor mij alleen en ik hield mij bezig met eten - drinken- tv
kijken en boekjes bijwerken.
Bekeek de route voor de volgende dag en hoopte op wat beter weer, blij dat ik niet in
het tentje zat met dit noodweer.

Woensdag 17 juni 1998

Tijdens het ontbijt maakte ik een lunchpakket voor onderweg. Het weer was aardig
opgeknapt,
grijs maar wel droog. De keuze om gisteren te stoppen bleek nogmaals de juiste, want
in Tarnaby, waar ik oorspronkelijk naar toe wilde gaan, zag ik geen camping en ook geen
herberg.
Om 10.00 uur  begon het weer te regenen en het regende, totdat ik in Storuman
aankwam, aan een stuk door. De weg is 150 kilometer lang en ik kwam helemaal niets
tegen, geen dorp, geen benzinepomp, geen koffietentje, niets!!! Slechts af en toe een
paar huizen.

Ik trapte in ‚‚n keer door en aan het eind van de middag kwam ik aan in Storuman. 
Zoals gewoonlijk is de herberg slecht te vinden en moest vier kilometer terug fietsen.
Het blijkt een soort conferentiecentrum met een hotel.
Die avond at ik weer een lekkere pasta met ham en een blikje bier. De route voor de
volgende dag bekeek ik goed. Deze ging weer over de bekende 45, waar ik tijdens de
heenreis ook gebruik van had gemaakt. Deze weg heet de Inland V„gen, loopt naar het
zuiden en is 195 kilometer tot Str”msund. Stiekem hoopte ik op wind mee en was van
plan om vroeg te vertrekken.
In de herberg logeerden ook drie wegwerkers die aan een nieuw stuk van de 45
werkten. Na het weerbericht gezien te hebben garandeerden ze mij drie dagen regen
op mijn route naar het zuiden. Zij hadden niets gedronken!!! Wat moest ik daar nu
mee?
Ik besloot vroeg op te staan en af te wachten wat de weergoden voor mij in petto had-
den.

Donderdag 18 juni 1998

Dat was niet veel bijzonders. Om 05.45 uur sta ik voor het raam naar de regen te
kijken het  komt met bakken uit de hemel. 
De wegwerkers hadden voorlopig gelijk en ik nam hun voorspellingen serieus. Terug
naar bed? Dat schiet ook niet op. Dan kom je nooit in Oslo. Maar een lange dag in de
regen daar pas ik voor, ik geef mij over. Ik kon het moeilijk over mijn hart verkrijgen
maar besloot toch zwak te zijn. 195km. in de stromende regen met deze lage tempera-
turen zag ik niet zitten. Het was 5§C.

Inmiddels waren de wegwerkers ook opgestaan en ik informeerde naar een bushalte. Er
bleek 4 kilometer verderop in Storuman een groot busstation te zijn. Na een ontbijt
met een enorme uitsmijter vertrok ik en was bijtijds bij de bus.
De chauffeur was bezig het grote vrachtruim achter aan de bus te beladen en ik vroeg
of ik en mijn fiets mee konden naar ™stersund.
"Zet maar neer", zei hij, en liep weg.
Enige momenten later kwam hij terug en begon de fiets vast te binden. Dat deed hij
netjes en ik hing de tassen aan een stang dwars in het laadruim. Ik betaalde, kreeg een
bonnetje en om 07.10 uur reed de bus weg met slechts ‚‚n passagier.
In de bus deed ik droge kleren aan want de 4 kilometer in de regen waren voldoende
om drijfnat te worden.
™stersund ligt 297 kilometer naar het zuiden aan de 45, dus ongeveer twee dagen
fietsen.
Wat ik zag was alleen regen - regen en nog eens regen, mijn besluit om met de bus te
gaan was juist geweest.
‚n regenbui tot ™stersund. Ik was wel blij met de situatie en besloot dat als het in
™stersund nog regende een volgende bus te pakken als het mogelijk was.
De route loopt door tot Mora waar ik op de heenreis ook geweest was.

Tijdens de reis belde ik Guus en kreeg hem toevallig te pakken,  want meestal had hij
de telefoon uitstaan. Hij was in Oslo en regelde een bootticket van Oslo naar Kiel voor
Lenie.
Zij had heimwee en wilde graag naar huis. Zij waren twee dagen na mij op de boot ge-
stapt in Hammerfest waarna ze een nacht hadden gefietst naar Fauske.
Daar hadden zij de trein genomen naar Oslo. Guus wachtte op mij in Oslo.
Het plan was om dan samen over te varen naar Denemarken en verder te fietsen naar
Nederland.

In ™stersund regende het nog steeds en bleef ik bij mijn besluit. Ik was keihard en
wachtte op de bus naar Mora. Die kwam na een uur. En als hij om 13.00 uur vertrekt is
hij stampvol. De fiets ligt onder in de kofferruimte samen met de tassen.  
Er staat een Lap bij mij in de buurt  die van alles aan mij vraagt, "waar ik vandaan kom,
waar ik naartoe ga en waar ik geweest ben".
Van hem hoorde ik ook van alles. Hij had vroeger gevaren en was wel eens in Dordrecht
geweest. Hij herinnerde zich ook nog de jenever uit Schiedam. Hoezo?
 

Onderweg stopt de bus nog even voor een kop koffie en om 17.30 uur stap ik uit in Mo-
ra, in de regen!!!  Dit was een regenbui van 600 kilometer.
Ik ga naar dezelfde jeugdherberg als op de heenreis maar nu kost het ineens 150 sek.
De hebberigheid, van de vrouw straalt van haar kop. Ik sliep met vier man op een klein
kamertje en of ik mijn schoenen wel uit wilde doen want het zeil is wit.
Het beviel mij niet maar ik had weinig keuze. Snel deed ik nog wat boodschappen en
maakte daarna voor de zoveelste keer nasi met gebakken ham. Bij de tv had ik later 
een leuk gesprek met een Duitser en een Zweed. De Zweed had veel humor en begon te
vertellen over de lekke banden van zijn fiets waar hij nogal problemen mee had. Het
plakken lukte niet zo best.
Hij wilde absoluut niet geloven dat ik die deze reis nog niet gehad had.
"Ik zou op massieve banden rijden", zei hij lachend.
Ik bracht Guus op de hoogte van de gebeurtenissen. 
Hij had Lenie naar de boot gebracht en zou de dag erop voor ons boeken.  Volgens mijn
berekeningen had ik nog twee dagen nodig om in Oslo te komen. 
Als ik ga slapen regent het nog steeds, alleen niet meer zo hard. Wanneer de Zweedse
weerman gelijk krijgt is het weer morgen beter.

Vrijdag 19 juni 1998

Het is droog en soms schijnt  de zon. Het gaat lekker en de tegenwind deert mij niet.
Voor achten ben ik al vertrokken. In de drukke herberg was het nog rustig. Velen slie-
pen er nog.
Zo'n dag in een bus is ook niet alles. Vandaag is het een feestdag in Zweden, het is
midzomernacht. Het feest begon al na een half uur want toen kreeg ik de eerste lekke
band en moest aan de Zweed van gisteravond denken.
Na een snelle reparatie reed ik via Malung naar Norra Ny waar ik links afging richting
Karlstad.

In Malung dronk ik koffie in een cafetaria. Langs een grote rivier reed ik naar Eksh„-
rad, een mooie weg. Alles liep gesmeerd vandaag en al vroeg was ik bij de herberg, er
stond 150 kilometer op het tellertje.
De herberg staat achter een chic restaurant. In de hal van het restaurant is een klein
loket waar ik incheck. Snel nam ik een douche, waste een trui en t-shirt en repareerde
een gebroken spaak.
Vandaag was ik vroeg en wilde de tijd goed besteden dus na deze karweitjes ging het
richting dorp om te kijken waar dat enorme midzomernachtfeest gevierd werd.
Iedereen sprak erover. Zelfs de wegwerkers van eergisteren keken er naar uit zeiden
zij. In dit dorp was echter niets te ontwaren van iets dat op een feest leek. "Het moet
zeker allemaal nog beginnen", dacht ik, "het is tenslotte een "nachtfeest"".
Er waren een benzine pomp en een cafetaria open. Ik at een worst met aardappelpuree
en kocht een paar blikjes bier bij de benzinepomp.

Enigszins teleurgesteld liep ik terug naar de herberg en ging bij de tv de route voor de
volgende dag bekijken. Belde Guus op en vertelde waar ik was. We spraken af om de
dag erop naar elkaar toe te fietsen en in de buurt van Arnes samen te komen.
Met de kaart op tafel zat ik naar voetbal te kijken toen er twee Duitsers binnen kwa-
men.
Even later na een kort gesprek vertelden ze mij dat ze "sm”rgasbrod" gingen eten in
het restaurant  en vroegen of ik mee ging.
Hier had ik wel oren naar. Toen het zover was betaalde ieder  100 kronen  bij binnen-
komst en zochten wij een mooi tafeltje uit. Het was een lopend buffet met vele soor-
ten vis, salades, brood, aardappel gerechten en zowel warm als koud vlees.
Alleen haring lag er in wel vijf soorten. Zalm was ook in diverse soorten aanwezig. Deze
overdaad was ik deze reis nog niet tegengekomen. Het ontbijt op de postboot leek er
een beetje op maar kon er niet aan tippen.

Toen wij aan het tafeltje zaten te wachten kwam er een bruidspaar met een klein ge-
volg binnen geheel in klederdracht. De klederdracht bleek uit Estland afkomstig.
De ober vertelde ons over de gebruiken, de soorten vis en salades en waar we mee
dienden te beginnen. Het bruidspaar mocht als eerste opscheppen.
De ober was erg aardig tegen ons en stak zijn geaardheid niet onder stoelen of banken.
We aten veel en lang en genoten volop van de specialiteiten, het was heerlijk.
Na het eten werden we uitgenodigd op koffie met gebak in het dorpshuis waar het
bruidspaar hun bruiloft vierde.
Doordat wij zo goed en veel hadden gegeten had geen van ons trek in koffie met
gebak, maar toch liepen wij even het dorp in om te kijken bij de bruiloft.
Het was muisstil, ook in het dorpshuis. We besloten om in de herberg een glas bier te
drinken terwijl de Duitsers ook nog wat whisky hadden.
Enige tijd later, toen wij gezellig zaten te drinken, kwam de eigenares van het
restaurant  ons halen voor het feest in het dorpshuis.

De kelner was er ook bij.  Zij had duidelijk wat te veel gedronken. Ze drong net zo lang
aan tot we meegingen.

In het dorpshuis was nu iets meer te doen maar van een feest was geen sprake.
Veel taart en koffie. Er werd wat gedanst en wij dronken wijn die ze had meegebracht.
We moesten om de beurt met haar dansen en ze werd steeds wilder. Uiteindelijk koos
ze diegene die het best kon dansen uit als haar speeltje voor de nacht. ‚n van de
Duitsers viel dit lot ten deel. Hij vond haar wat te oud maar het vlees was zwak.
De kelner liep al de hele avond met een rugzakje rond wat hij angstvallig beschermde.
Totdat  er iemand met zijn voet tegenaan stootte en er iets rinkelde. Dat klonk of dat
er een bom afging en iedereen werd stil.
Na enig aandringen opende hij het rugzakje en kwam er een  fles wodka tevoorschijn.
De muziek ging harder en de glazen werden gevuld. In een poep en een zucht was de
fles soldaat.
We gingen als laatsten weg. De kelner probeerde ons nog mee te lokken naar zijn ap-
partement doch zonder succes.
Toen we met z`n vieren bij het restaurant terug waren werd de Duitser naar binnen
getrokken.   

Met de rit van de volgende dag in gedachten viel ik als een blok in slaap.

zaterdag 20 juni 1998

`s Nachts een vent `s morgens ook. Toen ik om 06.45 stilletjes wilde vertrekken kwam
de Duitser net thuis met wel zeer kleine oogjes. Hij had zich die nacht wel vermaakt
maar bleef erbij dat ze wel wat te oud was voor hem. We namen afscheid en wenste
hem welterusten.
Met pijn in mijn hoofd vertrok ik richting Oslo. De route liep via Torsby, Kongsvinger
en Lillestr›m, naar schatting ongeveer 200 kilometer. Weer kreeg ik een lekke band
maar verdere pech bleef uit.
De pijn in m`n hoofd verdween, het tempo lag hoog en ik genoot van het heuvelachtige
landschap.  Bij Torsby kruiste ik de route van de heenreis en rond koffietijd
passeerde ik de grens met Noorwegen. Bij een mooi meer at ik brood, genoot van de
rust en belde Guus.
Hij was bij de terminal van de Stena Line om tickets te kopen voor de boot van
zondagavond, de "Stena Saga".  Vertrektijd 20.00 uur. We spraken af naar elkaar toe
te
rijden.
Het was prachtig weer en  de rest van de rit verliep zeer voorspoedig. 
Toen Kongsvinger gepasseerd was werd het landschap vlak. De weg liep weer langs een
rivier, de Gl†ma, waardoor het tempo hoog lag. Aan het eind van de middag ontmoetten
we elkaar in Arnes ongeveer 50 kilometer voor Oslo.

Wat de afstand betrof, zat ik goed mis met de schatting want die was uiteindelijk 230
kilometer in plaats van 200.  Oslo is een mierennest zonder wegwijzers en met moeite
komen we bij de jeugdherberg aan, die zijn naam eer aandoet, want hij staat weer
boven op een berg, "Haraldsheim". De herberg is groot maar bijna helemaal vol en kost
150 kronen inclusief ontbijt.We deelden onze kamer met twee spanjaarden.
Die avond gingen we laat nog even de stad in. Oslo is een stad die echt leeft.
Alles en iedereen reageert direct op een beetje zon. Het was druk op straat en er was
van alles te zien en te doen. Wij dronken een biertje in een Ierse pub en keerden laat
terug naar Haraldsheim.

zondag 21 juni 1998

"Wat gebeurt hier?, zo laat ben ik deze reis nog nooit wakker geworden, het is 08.30
uur als ik m'n ogen open doe". We genoten van een stevig ontbijt en gingen de stad in.
Onze bagage stond in de kelder. Aan de haven dronken we koffie waarna we een
bekende beelden tuin bezochten. Het was prachtig weer en iedereen liep er zomers bij.
Bij Mac Donald aten we een hamburger en aan het eind van de middag waren we weer
terug bij de herberg.
Op het terras maakten we onze bagage in orde, plakten een paar binnenbanden en
vertrokken  naar de Stena terminal.

Het was daar erg druk en de boot bleek helemaal vol geboekt te zijn. Toen we op de
inscheping stonden te wachten stond ik plotseling weer oog in oog met Nico de Borst
en dacht ik aan die zware etappe naar Honnigsv†g waar ik ze eerder had gezien in de
buurt van Skaidi. Dit weerzien was erg leuk.
We hadden een mooie buitenhut met twee ramen, iets wat ik altijd al had gewild.
Aan boord lekker gegeten, taxfree boodschapjes gedaan en kort na middernacht naar
bed.

maandag 22  juni  1998

Voor achten reden we van de "Stena Saga" af. We hadden goed gegeten in een zeer
drukke eetzaal. Er stond een lange rij en moest denken aan mijn militaire diensttijd.

Direct na aankomst in Frederikshaven was het gaan regenen en in een portiek deden we
onze regenkleding aan. Rond koffietijd reden we door een gezellig dorp waar we geld
uit een automaat wisten te toveren en omdat het nog steeds regende besloten we om
maar gelijk koffie te drinken in de plaatselijke kroeg. Hier liep het ineens vol met
fietsers, twee Nederlanders en een Noors stel, ook zij waren behoorlijk natgeregend.
Via de kustweg reden we naar het zuiden, langs S‘by, Voers† en  Hals waar een klein
veertje ons over het "Langerak" zette. Daarna ging de route via Hadsund naar Randers.
Later die ochtend kreeg ik tweemaal een lekke achterband en besloot de reserve
buitenband aan te spreken. Bij een camping monteerde ik deze. Kort daarna werd het
droog.

Onderweg kocht ik ook nog een nieuwe cassette (11-24).
17.30 uur stond er 130 kilometer op de teller en waren we in Randers waar we na het
eten de nieuwe tandwielen en ketting monteerden. De multitool van Guus voldeed goed
terwijl de kettingpons van Taxs het af liet weten. Hier blijkt weer dat goed
gereedschap het halve werk is. Daarna zijn we nog even de stad in geweest  maar er
was niets te beleven. We sliepen in een grote zaal die helemaal voor ons alleen was.


dinsdag 23 juni 1998

De route ging vandaag van start bij een bewegwijzerde fietsroute maar na een tiental
kilometers bleek dat we zig zag door het land reden en zochten we een andere route.
Bovendien bleek dat er te lang had gewacht was met het verwisselen van de ketting en
de tandwielen, waardoor ook het meest gebruikt voortandwiel versleten was.
Als ik wat kracht zette vloog de ketting over de tandjes heen. In rhus bezocht ik
diverse fietsenwinkels en vond met moeite een geschikt tandwiel met 36 tandjes.
Terplaatse hebben we het gemonteerd en het probleem was verholpen. In dezelfde
fietsenzaak kochten we allebei een bidonhouder waar een petfles van 1,5 liter in past.
Daar kan die fles cola in die al de hele reis op de tent zit onder de snelbinder.

Na dit oponthoud getracht onze reis voort te zetten en een beetje snelheid te maken,
maar in Horsens ging het weer fout. We reden de stad in en het duurde erg lang voor
we er weer uit waren.
Daarna nog snel 26 kilometer weggetrapt en uiteindelijk om na 131 kilometer om 19.00
uur aangekomen in Vejle.
Toen we de route voor de volgende dag bekeken bleek dat we de volgende dag in Noord
Duitsland konden zijn.

   

woensdag 24 juni 1998

We ontbeten met een gezellig stel uit Eindhoven. Zij waren met de fietsbus vanuit Ne-
derland naar Vejle gekomen en gingen naar Nederland terug fietsen. Zij wilden ook nog
de Waddeneilanden bezoeken en met name Terschelling.

Kort voor negen uur zaten we op de fiets en reden naar de route die we volgden naar
het zuiden. De tocht verliep voorspoedig, ging door een glooiend landschap en aan het
eind van de middag bereikten wij de grens met Duitsland. Eerst  nog wat souvenirs ge-
kocht voordat we Duitsland inreden. We moesten wel ons paspoort laten zien aan een
nieuwsgierige douanier.
Hij wilde weten waar we vandaan kwamen en waar we naar toe gingen.

In Husum moesten we even zoeken naar de jeugdherberg.
Die avond aten we vis op een gezellig terras in het centrum en dronken bier. Dat deed
ons goed na de 165 kilometer die we deze dag aflegden. Tijdens een wandeling door het
vissersplaatsje hebben we nog een hamburger met patat gegeten waarna we terug zijn
gegaan naar de herberg.

donderdag 25 juni 1998

Net als gisteren vertrokken we na een goede nachtrust en een moeilijk tot stand
gekomen ontbijt even voor negen uur. In de eetzaal was het erg druk met
schoolkinderen  en was er geen plaats voor ons. Wij kregen een tafel in de hal en
moesten enige tijd wachten op de koffie en wat extra brood.

Door het noorden van Duitsland is het prettig fietsen en ik zag vele bekende plaatsen.
Deze route had ik al eens eerder gefietst toen ik van G”thenburg naar Brielle fietste
met Annemarie.
Via Brunsbuttel liep de route langs de Elbe naar het veer bij Glckstadt.Nadat we de
Elbe waren overgestoken werden we overvallen door een grote onweersbui.
Nog nooit had ik zo'n zwarte lucht gezien. Omdat we de bui zagen aankomen zijn we
gestopt en schuilden bij een paar lage bomen langs de weg.
Er barstte een fel onweer los dat precies over ons heen trok. Het schuilen had weinig
nut want er viel in korte tijd zoveel water dat we stonden te soppen in onze schoenen.
Een uur later reden we door dorpen waar de straten blank stonden. Iedereen was
bezig het hemelwater af te voeren.

Na een rit van 158 kilometer kwamen we aan in Wstewohlde. Hier staat de herberg in
een bos en natuurlijk, u raad het al, boven op een heuvel.
In de wijde omgeving was er geen mogelijkheid om nog wat te eten.

We waren dan ook zeer blij dat de beheerder voor ons nog "abendbrot" serveerde, een
uitgebreide broodmaaltijd.
Uit de kelder haalde hij ook nog wat te drinken, kortom we werden zeer gastvrij
ontvangen. 




vrijdag 26 juni 1998

De regelmaat waarin we reisden was terug want weer vertrokken we om kwart voor
negen, net als de dagen ervoor na een normaal ontbijt.

Ons doel was vandaag de herberg in Weener, kort voor de grens bij Nieuweschans.
 Zaterdag wilden we  met de trein terug reizen naar huis. We hadden geen zin om nog
door Nederland te fietsen. Guus wilde maandag weer gaan werken en ik wilde met
Annemarie naar de Veluwe.

We reden nog steeds over de voor mij bekende route. Onderweg koffie gedronken en
brood gegeten. Als je door een land als Duitsland fietst zijn de mogelijkheden, in
tegenstelling tot Zweden of Noorwegen, legio. Overal is er een mogelijkheid om wat te
drinken of te eten.
Als we in Weener aankomen blijkt de jeugdherberg niet meer te bestaan en we
besluiten om in Weener te eten en daarna door te fietsen naar Nieuweschans. Naar de
camping.
Terwijl we zaten te eten viel er een behoorlijke bui en prezen we ons gelukkig dat we
hem niet op ons hoofd kregen. 

Na het eten was het droog en reden we het laatste stukje, van de in totaal 154
kilometer, naar Nieuweschans.
Snel de tent opgezet en daarna het dorp ingegaan. Er was weer voetballen op de tv.
Het WK. was in zijn laatste fase. Alle kroegen waren oranje en overal stond de tv te
krijsen.
Er waren ook caf‚s die een heel groot scherm hadden opgesteld.
Het was er gezellig druk.

zaterdag 27 juni 1998

We gebruikten het ontbijt op het stationnetje en om half negen reed de trein langs
Scheemda.
De fietsen stonden in de bagage wagen. Zo'n wagen zou iedere trein moeten hebben,
dan was het reizen met de fiets in de trein een stuk eenvoudiger. In Groningen stapten
we over.
In Utrecht scheidde onze wegen. Guus ging naar Den Bosch en ik naar Rotterdam.

We maakten snel nog wat afspraken en vervolgden onze weg.

De reis verliep verder voorspoedig en al om 12.30 uur stond ik op de veerstoep van
Maassluis.
In Rozenburg werd ik opgewacht door een heel ontvangstcomit‚
bestaande uit Arn met zijn vrouw Heidie, Dirk, en Ron. Ik kreeg er kippenvel van. Zij
fietsten met mij mee naar huis.
Hans en Marian kwamen ook even op de koffie. Van Hans had ik deze reis veel steun.Hij
belde mij iedere dag op en op eenzame momenten keek ik daar naar uit.
Zelf belde ik iedere dag naar huis. E.e.a. heeft de reis makkelijker gemaakt dan ik
dacht.

27 mei 1998 was ik vertrokken - 27 juni 1998 was ik terug en had ik 222 uur gefietst.

De dagen die volgden waren druk. De deur werd plat gelopen door belangstellenden en
ik moest vele malen mijn verhaal doen, kreeg post met felicitaties, bloemen, chockola,
whisky en de plaatselijke pers plaatste een mooi artikel in de krant. De belangstelling
was hartverwarmend en maakte emoties bij mij los.

De twee weken hierna verbracht ik samen met Annemarie in Voorthuizen op de Veluwe.





De heenreis

       19 - 05 - 1998 Brielle                -   Voorthuizen   47 km.
       20 - 05 - 1998 Voorthuizen       -   Beilen                           159km.
       21 - 05 - 1998 Beilen                 -   Nieuweschans    85 km.
       27 - 05 - 1998 Nieuweschans    -   Jade                           100 km.
       28 - 05 - 1998 Jade                  -   Kiel                   206 km.
       29 - 05 - 1998 Gothenburg       -   Mellerud            157 km.
       30 - 05 - 1998 Mellerud           -   Lysvik               202 km.
       31 - 05 - 1998 Lysvik                 -   Mora                175 km.
         1 - 06 - 1998 Mora               -   S”derhamn          198 km.            
    2 - 06 - 1998 S”derhamn      -   Sundsvall             166 km.
         3 - 06 - 1998 Sundsvall          -   ™rnskoldsvik        172 km.
         4 - 06 - 1998 ™rnskoldvik       -   L”v†nger              210 km.
         5 - 06 - 1998  L”v†nger           -   Lule†                    186 km.
         6 - 06 - 1998 Lule†                 -   Heden„set           162 km.
         7 - 06 - 1998 Heden„set         -   Kolari                   148 km.
         8 - 06 - 1998 Kolari                 -   Enonteki” Hetta 162 km.
         9 - 06 - 1998 Enonteki” Hetta -   Pike Fossen         131 km.  
       10 - 06 - 1998 Pike Fossen      -   Alta                     94 km.
       11 - 06 - 1998  Alta                    -   Honningsv†g        185 km.
       12 - 06 - 1998           Honningsv†g     -   Nordkapp  v.v.      82 km.      
                                       

 20 dagen                             Totaal                       3020 km.
                                       











De terugreis

13-06-1998
14-06-1998 Honningsv†g       -  Bod›(Hurtigrute)
15-06-1998 Bod›                  -   Mo-i-Rana             246 km.         
16-06-1998 Mo-i-Rana          -    Hemavan               101 km.
17-06-1998 Hemavan            -  Storuman              156 km.
18-06-1998 Storuman           -  Mora                     633 km.

19-06-1998 Mora                  -   Eksh„rad               150 km.       
20-06-1998 Eksh„rad           - Oslo                      230 km.
22-06-1998 Frederikshavn    -   Randers                130 km.
23-06-1998 Randers             -   Vejle                    131 km.
24-06-1998 Vejle                  -   Husum                 165 km.
25-06-1998 Husum                -   Wstewohlde      158 km.
26-06-1998 Wstewohlde     -   Nieuweschans     154 km.

13 dagen                       Totaal                              2255 km.
                                                                            3020 km.                                           
               

                                                                             5275 km.













WAT ZAT ER IN DE FIETSTASSEN?

benzinebrander(Coleman)        een paar waterdichte sokken 
benzineflesje 0,5 ltr                een regenbroek
plastic mok                            een paar handschoenen
mes-vork-lepel                                   
twee pannetjes                         e.h.b.o. tasje
koffie-thee                            n.j.h.c. pasje
vitamine-zoetjes                       a.n.w.b. pasje
zonnebloem olie                         giro pasje
afwasmiddel                           paspoort
sponsjes                               fiets notitie boekje
twee aanstekertjes             agenda
twee grondzeiltjes                        div. landkaarten
tent (Vaude Ferret 3)       boodschappentas
stoeltje                               twee fototoestellen
mini maglite                       foto rolletjes
blik openertje                    batterijen div soorten
fles opener                          vulpen met vullingen
waterzak van vier liter                accent fluor stift 
kompasje                               fietsslot met reserve sleutel
fietsgereedschap                                    fietspomp
twee binnenbanden                                  twee bidons
een buitenband                                        twee snelbinders
plakspullen                                               twee spanbanden
twee kilometertellers                              een g.s.m. telefoon
tien gedroogde maaltijden                      
                                                                toilettas
poeder melk                                             zeep
wake up                                                    tandpasta
hartkeks                                                  tandenborstel
                                                                scheermesje
spijkerbroek                                            aftershave

drie onderbroeken                                    neusschaartje             
vier t-shirts                                             gewohl
twee thermo truitjes                               uierzalf
twee fietstruien lange mouw                    zonnebrand
twee fietstruien korte mouw                    kammetje
drie fietsbroeken kort                             badslippers
een fietsbroek lang                                  loop schoenen
een new line jack                                      een regen jack
twee paar witte sokken                            zes paar zwarte sokken(dun)         
een paar zwarte sokken(dik)

WAT  IS ER NIET GEBRUIKT OF HAD IK THUIS KUNNEN LATEN
 

een grondzeiltje
een waterzak 4 ltr.
een pannetje
een bord
een stoeltje
een onderbroek
een t shirt
een thermo trui
een fietstrui kort
een fietsbroek kort
een regenbroek (niet goed)
boodschappentas
wake up
melkpoeder
hartkeks

WAT WAS ER NIET IN ORDE

kettingpons van Tacx
regenbroek van Agu

WAT KWAM IK TE KORT 

een achtertandwiel set
jeugdherberg gidsen
waterdichte handschoenen
waterdichte overschoenen
smeerolie
nagelborsteltje
nagelknipper

HOE LAGEN DE WISSELKOERSEN

1 Zweedse kroon  was  Fl.0,264
1 Finse mark was         Fl.0,378
1 Noorse kroon was     Fl.0,276
1 Deense kroon was     Fl.0,303
1 Duitse mark was       Fl.1,13